Aanpassingen sociaal statuut (verhoging voor haio's en aso's)

De ministerraad keurde vrijdag 16 juni een KB van minister Vandenbroucke goed met enkele nieuwe regels voor de toekenning van het sociale voordeel door het Riziv. Dat KB verhoogt bovendien het bedrag van het 'sociale statuut' voor artsen in opleiding.
De nieuwe regels breiden de toekenning van het sociaal statuut voor artsen uit naar enkele nieuwe of 'miskende' categorieën. Artsen die - bijvoorbeeld - door arbeidsongeschikt het volledige jaar formeel inactief waren, krijgen toch de premie voor het sociaal statuut als ze een toegelaten beroepsactiviteit aan de dag hebben gelegd.
De term 'erkenning' voor artsen wordt nader gespecifieerd zodat ook diegenen met een Riziv-nummer met de bevoegdheidscodes voor artsen "zonder bijzondere beroepstitel en verworven rechten" en voor "huisartsen op basis van verworven rechten" gelijkgesteld worden met erkende artsen.
Voor de nieuwe specialismen klinische genetica en gerechtsartsen legt het KB de zogenaamde 'activiteitsdrempel' vast op 25.000 euro voor het volledige bedrag van het sociaal statuut.
En ten slotte krijgen artsen in opleiding - haio's en aso's - vanaf het lopende premiejaar een verhoging van de premie bovenop de indexering met 542,29 euro. De premie voor 2023 bedraagt zo 7.465,04 euro.
Het KB bepaalt verder ook bedragen voor de kinesitherapeuten en voor de vroedvrouwen.
Eerst moet nu over de ontwerptekst nog het advies van de Raad van State ingewonnen worden.