PremiumOncologie

Plaats van gerichte geneesmiddelen bij een plaatselijk NSCLC EGFR+

photo

Naar schatting vertoont 10-15% van niet-kleincellige longkankers (NSCLC) mutaties van het EGFR-gen. Dat percentage verschilt weinig volgens het evolutiestadium. Daarom is het wenselijk die mutaties altijd op te sporen. We weten overigens dat de overleving van een plaatselijk NSCLC niet per se slechter is in geval van een EGFR-mutatie, maar er is dan wel een iets hoger risico op progressie in de hersenen.

Jean-Claude Lemaire - 13 april 2023

In de eerste studies bij een plaatselijk NSCLC (stadium IB-IIIA) met een adjuvante behandeling met tyrosinekinaseremmers van de 1e of de 2e generatie is nagenoeg altijd een verbetering van de ziektevrije overleving (DFS) aangetoond, maar zonder verbetering van de totale overleving. Dat laatste werd toegeschreven aan het feit dat die behandeling het risico op progressie in de hersenen niet verkleint.

Update

Op grond van de resultaten van de fase 3-studie ADAURA bestaat de adjuvante behandeling bij patiënten met een plaatselijk NSCLC met mutatie nu uit chemotherapie aangevuld met 3 jaar osimertinib.

Bij een update van de resultaten in september 2022 bedroeg de mediane DFS bij de 470 patiënten stadium II-IIIA (primair eindpunt) 65,8 maanden met osimertib en 21,9 maanden met de placebo (HR 0,23). In de totale patiëntenpopulatie (stadium IB-IIIA, n = 682), was dat respectievelijk 65,8 en 28,1 maanden (HR 0,27).

Het percentage patiënten met een tumor stadium II-IIIA dat na 4 jaar geen progressie in de hersenen vertoonde, bedroeg 90% in de osimertinibgroep en 75% in de placebogroep (HR 0,24). In de totale patiëntenpopulatie was dat respectievelijk 92% en 81% (HR 0,36).

Begin maart hebben de vorsers een statistisch significante en klinisch relevante verbetering van de totale overleving gemeld, maar daar is nog niet meer over bekend.

Uitdagingen

Er rijzen echter nog heel wat vragen. Een van de belangrijkste is: "Moeten alle patiënten met een plaatselijk NSCLC met een EGFR-mutatie een adjuvante behandeling krijgen en hoort daar chemotherapie bij?"

Er lopen studies om na te gaan of meting van circulerend tumoraal DNA na chirurgie voor opsporing van residuele ziekte leert welke patiënten een adjuvante behandeling zouden moeten krijgen en welke niet.

Wat chemotherapie betreft, in de ADAURA-studie heeft circa 40% van de patiënten geen adjuvante chemotherapie gekregen. Osimertinib had even goede effecten bij die patiënten, wat erop wijst dat de gunstige effecten losstaan van chemotherapie en dat osimertinib alleen dus zou kunnen volstaan.

Een andere vraag is: "Is osimertinib effectief bij patiënten met een gemetastaseerd NSCLC die al een adjuvante behandeling hebben gekregen?" Volgens indirecte gegevens verkregen met gefitinib kunnen patiënten met metastasen na een adjuvante behandeling met gefitinib nog baat vinden bij een tyrosinekinaseremmer. Het zou dus wenselijk zijn de EGFR-tyrosinekinaseremmer voort te zetten in geval van tumorprogressie.

Naar de presentatie van Jordi Remon Masip, ELCC 2023, Kopenhagen, 29 maart-1 april

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine