Infectieuze pneumonie: stand van zaken

Enkele jaren geleden leek het of artsen minder aandacht hadden voor pneumonie; de belangstelling voor griep- en pneumokokkenvaccinatie niet te na gesproken. Maar door de coronapandemie ziet het plaatje er weer helemaal anders uit. Hoe is de situatie op het terrein? Een antwoord door dr. Pierre Bachez, pneumoloog aan de Clinique Saint-Luc Bouge (Namen).
De ernst van een covid-19-pneumonie is duidelijk verminderd, bevestigt de specialist. De meeste covid-19-patiënten die op een intensive care worden opgenomen, zijn patiënten die niet gevaccineerd zijn tegen het SARS-CoV-2, en/of patiënten met belangrijke comorbiditeit met immunosuppressie.
"Patiënten die een langdurige behandeling met corticosteroïden of methotrexaat krijgen wegens een ontstekingsziekte, of patiënten die chemotherapie krijgen, bijvoorbeeld. Verder gaat het vaak om oudere, wat broze patiënten, die wat extra zuurstof nodig hebben evenals antibiotica langs algemene weg wegens een waarschijnlijk bacteriële infectieuze complicatie. Om technische redenen, omwille van het comfort en gezien het risico bij die oudere patiënten wordt over het algemeen geen bronchusaspiraat afgenomen voor microbiologisch onderzoek. Sinds enkele jaren kunnen pneumokokkenantigenen in de urine worden opgespoord. In de urine vinden we soms ook antigenen van Legionella. Een Legionella-infectie is zeldzaam, maar in het licht van de huidige energiecrisis is het toch belangrijk eraan te herinneren dat waterverwarmers moeten worden ingesteld op een temperatuur van minstens 60 graden."
Vaccinatie tegen pneumokokken verlaagt de incidentie van dragerschap, pneumokokkenbronchitis en -pneumonie niet, maar wel de complicaties ervan zoals bacteriëmie, meningitis en empyeem
Pneumokokken zijn de belangrijkste verwekkers van community-acquired pneumonie. Maar in slechts 15% van de gevallen zijn hemo- en sputumculturen positief. Bovendien betekent de aanwezigheid van pneumokokken in sputum nog niet dat er een infectie is. Misschien is de patiënt gewoon drager van pneumokokken. "Ook moeten we denken aan Mycoplasma. Vroeger werden Mycoplasma-infecties vooral in september en oktober gediagnosticeerd, maar nu kan die diagnose in alle seizoenen worden gesteld. Ook Chlamydia kan een atypische pneumonie veroorzaken. Een zuiver virale pneumonie blijkt zeldzaam buiten het ziekenhuis."
Ouderen
Pneumokokkenpneumonie komt vooral voor bij 50-plussers, met name als ze roken of pas recent zijn gestopt. "Vaccinatie tegen pneumokokken wordt in België niet altijd terugbetaald, ook al is er maar één dosis voor nodig", betreurt Pierre Bachez. "Studies hebben aangetoond dat vaccinatie tegen pneumokokken de incidentie van dragerschap, pneumokokkenbronchitis en -pneumonie niet verlaagt, maar wel de complicaties ervan zoals bacteriëmie, meningitis en empyeem met alle gevolgen van dien qua morbiditeit en sterfte. Vaccinatie tegen pneumokokken is dus stellig aan te bevelen bij 45- of 50-plussers die risico lopen."
Volgens de cijfers van de WGO over 2017 is een pneumokokkenpneumonie de belangrijkste doodsoorzaak door ziekte bij jonge kinderen wereldwijd. "Kinderen zijn natuurlijke dragers van de bacterie en via secreties van de nasofarynx kunnen ze klassiek de niet-gevaccineerde grootouders besmetten die op de kinderen passen tijdens de schoolvakanties", waarschuwt de pneumoloog.
Risicofactor
Een pneumokokkenpneumonie is een frequente complicatie van griep. Een pneumokokkeninfectie was de belangrijkste doodsoorzaak tijdens de Spaanse griep. Vandaar het belang van griepvaccinatie. Belangrijk bij de preventie van pneumonie is verder rookstop of niet beginnen met roken, aldus de pneumoloog, die tevens tabakoloog is. "Er wordt veel gesproken over nieuwe geneesmiddelen voor de behandeling van astma en COPD. Allemaal goed en wel, maar er blijkt minder aandacht uit te gaan naar de preventie ervan dan vroeger. Circa 23% van de bevolking rookt nog. Tijdens de piek van de coronapandemie was dat cijfer gedaald tot circa 18%, maar nu is het weer gestegen."
Evolutie en nut elektronische sigaret
De elektronische sigaret blijft een goed hulpmiddel bij rookstop, maar kan sommige mensen er ook toe aanzetten gewone sigaretten te gaan roken. De voorkeur gaat uit naar toestelletjes waarvan de temperatuur kan worden geregeld (bij een te hoge temperatuur komen toxische stoffen vrij zoals acroleïne), met een nicotineconcentratie van hoogstens 18 mg per milliliter. "Als je zeker wilt zijn van de kwaliteit van het product, is het beter dat aan te kopen in een gespecialiseerde winkel dan in een supermarkt of op het internet. Het verdient stellig aanbeveling niet langer dan negen tot twaalf maanden te 'dampen' in het kader van een rookstop, omdat de e-sigaret toch toxisch is. Dampen onderhoudt het ritueel van het roken en mag dan ook pas als laatste hulpmiddel worden ingezet bij rookstop."