Twintig jaar federale wet op de rechten van de patiënt

Vandaag is het dag op dag twintig jaar geleden dat de federale wet op de rechten van de patiënt het daglicht zag. Twee decennia geleden was dit een baanbrekende wet. De jaren na 2002 lag de nadruk op zelfbeschikkingsrecht, op de patiënt die zelf beslist over de eigen gezondheid. Anno nu staat eerder participatie centraal.
In de papieren Artsenkrant van nu donderdag 25 augustus staan we stil bij een merkwaardig boekje dat professor em. gezondheidsrecht Herman Nys (KU Leuven) schreef over de rechten van de patiënt in de deelstaten. Algemeen wordt professor Nys, momenteel voorzitter van Vitaz, beschouwd als de geestelijke vader van de wet.
Geïnformeerde toestemming
Deze morgen op VRT-radio stond professor gezondheidsrecht Tom Goffin (UGent), de huidige voorzitter van de federale commissie patiëntenrechten, stil bij het belang van de wet. Hij wees erop dat de positie van de patiënt in de gezondheidszorg hierdoor versterkt is. Patiënten kregen door de wet recht op informatie over hun gezondheidstoestand en de evolutie daarvan. Bovendien moeten ze hun geïnformeerde toestemming geven en wordt de arts geacht het medisch dossier zorgvuldig bij te houden. De patiënt heeft ook recht op inzage en op een afschrift van het medisch dossier.
Zelfbeschikkingsrecht
Niet onbelangrijk is dat voor niet-mondige patiënten -minderjarigen, zieken in comateuze toestand enz.- een naaste de rechten kan uitoefenen.
"En waar twintig jaar geleden de focus op het zelfbeschikkingsrecht lag, op het zelf kunnen beslissen," zo onderstreepte professor Goffin nog," gaat het vandaag eerder over patiëntenparticipatie.
Aanpassingen
Net zoals zijn collega Herman Nys is ook Tom Goffin van oordeel dat een aantal aanpassingen aan de wet op de patiëntenrechten nodig is. Dat is ook logisch, er werd tot nu toe nooit iets gewijzigd terwijl de gezondheidszorg in twintig jaar toch sterk geëvolueerd is.