Hoe voelt u zich, dokter?

Hoe denken artsen over hun welzijn en gezondheid, hoe werken ze en hoe staan ze er financieel voor? Op initiatief van de Groupe Medical d'Orval nodigde ons zusterblad Le Journal du Médecin zijn lezers uit deel te nemen aan een uitvoerige online bevraging. Aan het begin van de pandemie, in maart 2020, namen 215 artsen deel.
Het tevredenheidsniveau van de respondenten ligt het hoogst voor beroepsvaardigheden (94% van 6 tot 10), patiëntencontacten, gezondheid, sociale status, gezinsleven en geldbeheer (74%). Tevreden is men minder over inkomen en IT (59%) en, niet verrassend, over de administratieve belasting (23%).
Erkenning
De Groupe Medical d'Orval wilde aan de hand van meer persoonlijke vragen ook te weten komen hoe artsen hun werk ervaren. Van de respondenten zegt 17% zijn beroep uit te oefenen omwille van de maatschappelijke erkenning, 29% denkt dat veel mensen hun wel- willendheid misbruiken en 47% beschouwt zijn beroep als een bijzondere dienstverlening aan de bevolking, vergelijkbaar met een vrijwillige brandweerman. Niet minder dan 60% beoefent de geneeskunde voor de 'emotioneel rijke' relaties die het oplevert, 56% stelt het statuut van zelfstandige op prijs en 47% voelt zich onafhankelijk. Bijna de helft van de artsen (46%) zou studenten adviseren om huisartsgeneeskunde te studeren. Wel voelt 60% zich 'enigszins' of 'zeer' uitgebuit door de mensen en 55% door het systeem.
60% van de respondenten voelt zich 'enigszins' of 'zeer' uitgebuit door de mensen en 55% door het systeem
Werkorganisatie
Zorgt informatisering voor een afname van de administratieve belasting? Twintig procent vindt van wel, 45% vindt van niet. Vier op tien is van mening dat de administratieve belasting abnormaal hoog is. Velen zijn vertrouwd met computertoepassingen Recipe, MyCarenet, enz., maar 25% is dat niet. Vier procent zegt geen computer te gebruiken.
Hoe kunnen artsen hun professioneel welzijn verbeteren? 48% doet dit door grenzen te stellen, 16% doet dit niet. Bijna een op de twee respondenten zegt soms in te gaan op verzoeken die ze niet prettig vinden. Een derde weigert patiënten zodat de kwaliteit van de zorg op peil blijft. 39% wil op 65-67 jaar met pensioen gaan en 21% is bereid langer te werken - tot na hun zeventigste - als hun gezondheid dat toelaat.
Financiën
Bijna de helft (48%) van de ondervraagden verdient voldoende in overeenstemming met hun gezins- en economische situatie. Voor 16% is dat niet het geval. Meer dan de helft van de artsen (53%) zou aanvaarden dat hun partner meer verdient dan zijzelf en een op de vijf artsen is bang niet rond te komen. 39% zou graag tips krijgen om de nomenclatuur beter te valoriseren.
44% vindt dat artsen financieel solidair moeten zijn met de nood- lijdende samenleving. 18% deelt deze mening niet. Voelen artsen zich comfortabel door de regeling derde betaler waardoor vermeden wordt dat ze patiënten een honorarium moeten vragen? 34% zegt ja, 30% nee. 39% (versus 25%) schaamt zich om een honorarium te vragen voor niet-terugbetaalbare diensten (FOD gehandicaptenformulier, verzoek om mobiliteitshulpmiddelen, enz.)
Roeping
Een arts op de twee heeft geneeskunde gestudeerd vanuit een roeping. 7% koos het beroep omdat het een familietraditie is. Een derde van de ondervraagden wilde als kind al dokter worden en een vijfde studeerde geneeskunde omdat ze goed studeerden of om te bewijzen dat ze het aankonden.
Hoe blijven onze lezers gemotiveerd? Zeker niet door hun patiëntenbestand uit te breiden, een oplossing die door slechts 6% wordt overwogen. Een op de drie artsen vindt inspiratie in filo- sofie en religie. De helft van de respondenten zoekt motivatie door de praktijk te combineren met andere niet-medische activiteiten, door werktijden te herschikken en door zich om te scholen.
Over deze enquête
215 artsen namen deel aan de enquête, 42% vrouwen en 35% mannen (23% gaf geen antwoord). 37% heeft een praktijk in de stad, 27% op het platteland en 26% in semi-landelijk gebied. 60% werkt als huisarts, 27% als specialist. 7% werkt in een medisch centrum, 46% solo, 23% in een netwerk en 17% in een wijkgezondheidscentrum.
Door de lengte van de vragenlijst is het aantal "geen antwoord/geen mening" voor één item relatief hoog, ongeveer 30%. Daarom werden "geen antwoord/geen mening" in de totale percentages opgenomen.
De lage deelname wordt verklaard door twee objectieve factoren: de lengte van de enquête en de timing van de lancering, met name helemaal aan het begin van de eerste golf van de covid-19-pandemie begin maart 2020. Zoals bekend werd het medisch korps toen overweldigd.