Ouderen- en gehandicaptenzorg in de lift

Tussen 1987 en 2016 kwam er dubbel zoveel geld beschikbaar in het zorgsysteem. Voor welzijnszorg of langdurige zorg zelfs vier keer zoveel. Daarbij komt dat in die periode technische apparatuur, sommige geneesmiddelen, generica... in prijs verlaagden.
Dat we niets meer veil hebben voor gezondheidszorg klopt dus niet, aldus professor Jef Pacolet. "In reële termen werden we rijker en dat betekent wel iets. Zonder dat ik zeg dat het genoeg is. Zeker in de ouderenzorg is de stijging spectaculair, al nam ook het aantal gebruikers al merkbaar toe."
Eigendomsstructuur
Ook interessant zijn de verschuivingen in de 'eigendomsstructuur' van de bestedingen. Het aandeel van de private non-profit in de Vlaamse welzijnszorg bedroeg in 1997 61,4% en steeg naar 69,9% in 2016. Daarentegen verloor de openbare sector terrein, van 35,7% naar 22,2%. Jef Pacolet: "En dat in een groeiende markt. De publieke sector stootte ziekenhuizen, maar vooral ook woonzorgcentra af. De social profit én private commerciële spelers namen de voorzieningen over, vooral in de residentiële sector." In de welzijnssector groeide het aandeel van private spelers immers, het ging van 2,9% naar 7,9%. "Ten dele is dat een onderschatting omdat er ook heel wat schijn-vzw's actief zijn", voegt prof. Pacolet eraan toe.
In de ruime definitie van de gezondheidszorg, dus met inbegrip van een groot deel van de welzijnszorg, steeg het aandeel van de non-profit tussen 1997 en 2016 van 31,2% naar 47,7%. "Er heeft zich een substantiële shift voorgedaan van gezondheidszorg naar welzijn. Het aandeel was al hoog maar steeg verder, en samen daarmee het aandeel van de private non-profit."
De private 'for profit' in de gezondheidszorg was in 1997 goed voor 42,1% van de bestedingen en dat percentage kalft af naar 34,5%. "Vaak gaat het over zelfstandige vrije beroepsbeoefenaars met een hoger inkomen. Ze zijn vooral actief in de duurdere, meest renderende segmenten van de eng gedefinieerde sector gezondheidszorg. Zowel ambulant als in ziekenhuizen. Daar maak ik me niet ongerust over, de for profit is altijd sterk aanwezig geweest in de gezondheidszorg. Ik maak mij daar wel zorgen over in de welzijnssector, waar de social profit steeds de eerste en voornaamste speler was", zegt Pacolet.
Tot slot valt aan te stippen dat de publieke sector ook in de gezondheidszorg terrein prijsgeeft, 26,6% in 1997, 17,8% in 2016.
'Zwaar om dragen voor Wallonië'
In 2016 keerden de ziekenfondsen een bedrag van 26,9 miljard euro uit (6,34% van het bbp). Voor Vlaanderen was dat 15,9 miljard (6,36% van het regionale bbp), voor Brussel 2,4 miljard (3,13%) en voor Wallonië 8,6 miljard (8,76%).
Dat blijkt uit de regionale uitgavenstromen van het Riziv. Zet men de absolute cijfers af tegen de regionale bbp-percentages dan blijken de verschillen stevig.
"In de hypothese", legt prof. Pacolet uit, "dat het regionale bbp zou instaan voor de financiering van het zorgsysteem dan blijkt dat Brussel zeer veel toegevoegde waarde heeft. Voor Wallonië zou het zwaarder om dragen zijn. Voor Vlaanderen -30% van Brussel inbegrepen - gaat het om een redelijk percentage."
Pendelaars
Maar vanuit de rest van het land zakken er ook heel wat pendelaars af naar de hoofdstad. "Als we hiermee rekening houden", zegt Pacolet, "valt het wat beter uit voor Vlaanderen en Wallonië. Met andere woorden, een stuk van de toegevoegde waarde komt niet aan de Brusselaars maar aan de pendelaars toe."
Houdt men rekening met de pendel dan stijgt de Riziv-factuur voor Brussel naar 5,22% en daalt ze voor Vlaanderen (5,94%) en Wallonië (7,75%). "Hoe dan ook," zegt Jef Pacolet, "Indien de regio's dit uit eigen middelen zouden moeten betalen, zou het voor Wallonië wat moeilijker worden en kan Vlaanderen er een schepje bovenop doen."
Dure hospitalisatieverzekeringen
België was in 2016 goed voor een budget van 1,3 miljard aan terugbetalingen door private (hospitalisatie)verzekeringen. In Vlaanderen ging het over 788 miljoen. Daar bovenop werd 275 miljoen uitgegeven aan administratie- en werkingskosten.
Het stemt professor Pacolet alleszins tevreden dat de privatisering via private verzekeringen binnen de perken blijft. "Maar de hospitalisatieverzekeringen gaan in Vlaanderen gepaard met 202 miljoen euro werkingskosten (26% van het totaal aan uitkeringen). Tel daarbij 73 miljoen winst en het is 35%. Bij de ziekenfondsen brengt dit, voor gans België, 68 miljoen op maar die winst wordt teruggeploegd in het systeem", aldus Pacolet.
Duale zorg
De werkingskosten voor individuele contracten van privéverzekeraars (makelaarslonen en dergelijke) zijn enorm: 68% van de uitkeringen, winst inbegrepen. En ook voor collectieve hospitalisatiepolissen via de werkgever gaat het nog over 24%, winst inbegrepen. "Dit systeem is te duur en bovendien niet wenselijk. Het introduceert duale zorg," stelt Jef Pacolet. "Eenpersoonskamers moeten toegankelijk blijven voor iedereen en niet enkel voor wie een dure hospitalisatieverzekering heeft. Bovendien zijn er de enorm hoge administratiekosten. Ter vergelijking: in 2019 bedroeg de zorgrekening voor heel België 50 miljard bij 1,7 miljard werkings- en administratiekosten. Dat is slechts 3,4%."