Na resectie NSCLC is atezolizumab als adjuvante chemotherapie veelbelovend

In deze gerandomiseerde, multicentrische fase 3-studie werden 507 patiënten met atezolizumab (1.200 mg om de 21 dagen gedurende 16 cycli of een jaar) behandeld na volledige resectie van een stadium IB-IIIA, niet-kleincellig longcarcinoom en adjuvante platinumgebaseerde chemotherapie (een tot vier cycli). De controlegroep bestond uit 498 patiënten die behandeld werden met de best mogelijke klassieke ondersteuningsmaatregelen (observatie en regelmatige controlescans).
Na een mediane follow-up van 32,2 maanden (IQR 27,4-38,3) verbeterde de atezolizumabbehandeling de ziektevrije overleving in vergelijking met de best mogelijke klassieke ondersteuningsmaatregelen: men noteerde ziektevrije overlevingsvoorvallen bij 173 (39%) van de 442 patiënten in de atezolizumabgroep en bij 198 (45%) van de 440 in de controlegroep (HR voor ziektevrije overleving 0,79 (0,64-0,96; p=0,020). De driejaars ziektevrije overleving bedroeg 56% in de atezolizumabgroep en 49% in de controlegroep.
Bijwerkingen van eender welke graad traden op bij 459 (93%) van de 495 patiënten in de atezolizumabgroep en bij 350 (71%) van de 495 in de controlegroep. Voorvallen van graad 3 of 4 traden op bij 108 patiënten (22%) in de atezolizumabgroep en 57 patiënten (12%) in de controlegroep en voorvallen van graad 5 bij acht patiënten (2%) die behandeld werden met atezolizumab en bij drie patiënten (1%) in de controlegroep.
Behandelingsgerelateerde bijwerkingen traden op bij 335 (68%) van de 495 patiënten, (53 patiënten (11%) met graad 3 of 4) in de atezolizumabgroep. De meest voorkomende atezolizumabgerelateerde bijwerkingen waren hypothyroïdisme bij 53 patiënten (11%), pruritis bij 43 patiënten (9%), en huiduitslag bij 40 patiënten (8%). Behandelingsgerelateerde ernstige bijwerkingen kwamen voor bij 37 patiënten (7%) in de atezolizumabgroep. Atezolizumabgerelateerde bijwerkingen van graad 5 traden op bij vier patiënten (1%; myocarditis, interstitieel longlijden, multipel orgaandysfunctiesyndroom, en acute myeloïde leukemie). Atezolizumab diende te worden onderbroken omwille van nevenwerkingen bij 90 patiënten (18%), meestal ten gevolge van pneumonie, hypothyroïdisme, en gestegen aspartaataminotransferase (1% elk).
256 patiënten (52%) in de atezolizumabgroep en 47 patiënten (9%) in de controlegroep vertoonden immuungemedieerde bijwerkingen. Het betrof een ernst van graad 3 of 4 bij 39 patiënten (8%) in de atezolizumabgroep en bij drie patiënten in de controlegroep. Immuungemedieerde nevenwerkingen van graad 5 betroffen pneumonie en myocarditis.
Felip, E., Altorki, N., Zhou, C. et all: Adjuvant atezolizumab after adjuvant chemotherapy in resected stage IB-IIIA non-small-cell lung cancer (IMpower010): a randomised, multicentre, open-label, phase 3 trial. Lancet 2021; 398: 1344-57. Published Online September 20, 2021. https://doi.org/10.1016/ S0140-6736(21)02098-5.