PremiumArtsenkrant

Ereloonverdeling niet ondeontologisch oordeelt Cassatie

photo

Twee artsen sloten een samenwerkingsovereenkomst voor het gezamenlijk beoefenen van wetenschappelijk verantwoorde zorg. De ene arts engageerde zich maandelijks 20 percent van het ereloon aan de andere arts te betalen als vergoeding voor het gebruik van lokalen, personeel en materiaal, een zogenaamde gebruiksvergoeding. Na verloop van enkele jaren voerde de eerste arts aan dat de overeenkomst nietig was omdat die gebruiksvergoeding neer kwam op dichotomie of ereloonverdeling wat in strijd zou zijn met de medische deontologie en met de WUG. Hij vorderde de al betaalde gebruiksvergoeding terug van zijn collega.

6 oktober 2021

De code van medisch plichtenleer is niet bindend

Na een procedureslag voor de rechtbank in Tongeren kwam de zaak voor het hof van beroep in Antwerpen. Dat oordeelde dat de gebruiksvergoeding nietig was omdat zij een ongeoorloofde ereloonverdeling inhield in strijd met enkele artikelen van de (toenmalige) code van geneeskundige plichtenleer die volgens het hof deontologische normen bevat die ertoe strekken de waardigheid en het vertrouwen van de arts te waarborgen en de rechten van de patiënt veilig te stellen. Tegen dit arrest tekende de tweede arts cassatieberoep aan.

Dat oordeelde in een arrest van 6 september 2021 dat de code van medische plichtenleer, opgesteld door de nationale raad van de Orde der artsen in 1975 (inmiddels vervangen door de code van 2018), nooit werd bindend verklaard door de koning. Een rechter mag er zich dus niet op beroepen om een gebruiksvergoeding nietig te verklaren. Verrassend is dit arrest niet want het is allang vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie dat deze code niet bindend was. Dat geldt trouwens ook voor de code van 2018.

Ook geen schending van de WUG

Het Hof van Cassatie oordeelde ook nog dat een overeenkomst waarbij twee artsen overeenkomen dat de ene praktijkruimten, administratief en schoonmaakpersoneel ter beschikking stelt van de andere, in ruil waarvoor die andere een bepaald percentage van zijn ereloon afstaat als forfaitaire vergoeding, niet verboden is door de artikelen 17 en 18 van de WUG.[1]

Nu de solopraktijk langzaam maar zeker verdwijnt en allerlei vormen van samenwerking tussen artsen onderling en met andere beoefenaars van een gezondheidsberoep (groepspraktijken, wijkgezondheidscentra e.d.) tot ontwikkeling komen, is het geen overbodige luxe dat het Hof van Cassatie de puntjes op de i heeft gezet, zodat dergelijke samenwerkingsverbanden niet stuk lopen op foutieve juridische opvattingen.

[1] Zie voor details H.NYS, Gezondheidszorgberoepen, Wolters Kluwer, 2020, 640-650

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine