PremiumOncologie

Na resectie NSCLC: icotinib efficiënter met minder bijwerkingen dan klassieke adjuvante chemotherapie

photo

In deze gerandomiseerde, open-label, fase 3-studie werden na volledige resectie van een NSCLC met EGFR-mutatie 151 patiënten adjuvant behandeld met icotinib per oraal 125 mg driemaal per dag gedurende twee jaar en 132 patiënten met vier 21-daagse cycli van intraveneuze chemotherapie (vinorelbine plus cisplatine voor adenocarcinoom of plaveiselcarcinoom en pemetrexed plus cisplatine voor niet-plaveiselcelcarcinoom).

Dr. Hubert Claes - 26 september 2021

De mediane follow-up bedroeg 24,9 maanden (IQR 16,6-36,4). Een recidief of overlijden werd vastgesteld bij 40 (26%) van de 151 patiënten in de icotinibgroep en 58 (44%) van de 132 patiënten in de chemotherapiegroep. De progressievrije overleving was significant langer in de icotinibgroep (47,0 maanden [95% CI 36,4-niet bereikt]) dan in de chemotherapiegroep (22,1 maanden [16,8-30,4]; HR: 0,36 [95% CI 0,24-0,55]; p<0,0001). Ook de driejaars ziektevrije overleving was significant beter in de icotinibgroep (63,9% [95% CI 51,8-73,7]) dan in de chemotherapiegroep (32,5% [21,3-44,2]). Men noteerde 14 (9%) overlijdens in de icotinibgroep en 14 (11%) in de chemotherapiegroep. De HR voor algemene overleving bedroeg 0,91 (95% CI 0,42-1,94).

Bijwerkingen van eender welke graad traden op bij 139 (89%) patiënten in de icotinibgroep en 136 (98%) in de chemotherapiegroep. Nevenwerkingen van graad 3 of erger werden waargenomen bij 17 (11%) patiënten in de icotinibgroep en 85 (61%) patiënten in de chemotherapiegroep. Een vermindering van de dosis was noodzakelijk bij drie (2%) patiënten in de icotinibgroep en 25 (18%) patiënten in de chemotherapiegroep. Een (1%) patiënt uit de icotinibgroep en negen (6%) uit de chemotherapiegroep dienden omwille van de nevenwerkingen de behandeling te onderbreken.

Behandelingsgerelateerde ernstige bijwerkingen traden op bij twee (1%) patiënten in de icotinibgroep en 19 (14%) patiënten in de chemotherapiegroep. Men noteerde geen interstitiële longaandoeningen of behandelingsgerelateerde overlijdens in beide groepen.

De meest voorkomende behandelingsgerelateerde bijwerking van graad 3 of 4 in de icotinibgroep was rash (drie [2%]), en dit werd niet waargenomen in de chemotherapiegroep. In de chemotherapiegroep, noteerde men als meest voorkomende behandelingsgerelateerde bijwerkingen van graad 3 of 4 neutropenie (57 [41%]), leukopenie (27 [19%]), braken (18 [13%]), en nausea (10 [7%]), dewelke niet werden waargenomen in de chemotherapiegroep.

He, J., Su, C., Liang, W. et al. Lancet Respir Med 2021; 9: 1021-29. https://doi.org/10.1016/ S2213-2600(21)00134-X

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine