Niet meer antistoffen tegen covid in onze scholen dan elders

Dat scholen niet de motor van de corona-epidemie zijn, bewijst een onderzoek naar de seroprevalentie van antistoffen tegen het virus bij leerlingen van de basisscholen en het secundair onderwijs. In december en januari vertoonden 12,4% van de leerlingen en 14,8% van het schoolpersoneel IgG tegen Sars-CoV-2.
Onderzoekers van Sciensano en KU Leuven verzamelden speekseltests bij een representatieve steekproef van 1.285 scholieren en 818 medewerkers van scholen - meestal leraars.
Bij de scholieren namen twee leeftijdgroepen deel - leerlingen uit het tweede en derde jaar van de basisscholen en scholieren uit het tweede jaar secundair onderwijs. De steekproef bestond uit 44 basisscholen en 40 secundaire scholen uit heel België.
Naast de monsters die voor PCR-analyse naar laboratoria werden gebracht, omvatte het onderzoek ook vragenlijsten die de deelnemers moesten invullen.
Uit de resultaten blijkt dat kinderen wat minder vaak antistoffen vertonen dan het personeel van de school, maar statistisch gezien is dat niet erg betekenend. De verschillen tussen de leerling uit het basisonderwijs en de secundaire scholen waren statistisch niet-significant.
Een overzicht van het aantal positieve gevallen en de daaruit berekende seroprevalentie, opgesplitst per gewest, vindt u in onderstaande tabel.

De seroprevalentie bij leerlingen en schoolpersoneel loopt gelijk bij wat men ongeveer in dezelfde periode waarnam in de algemene bevolking en bij het zorgpersoneel in de eerste lijn.

De verschillen tussen de gewesten in de scholen weerspiegelen de regionale verschillen die men waarneemt bij de bewaking van de epidemie in de bevolking. De lage absolute aantallen voor Brussel in het onderzoek maken de resultaten statistisch niet zo betrouwbaar, met een erg groot 95%-betrouwbaarheidsinterval.
Uit de bevraging die bij het onderzoek hoorde bleek dat 2% van de leerlingen en 10% van de personeelsleden vóór het onderzoek al positief was gebleken voor een covidtest. Niemand uit de steekproef verbleef in het ziekenhuis wegens covid.
De onderzoekers wijzen erop dat PCR-tests in de regel worden afgenomen bij iemand met verdachte klachten, of na een hoogrisicocontact. Symptomen van covid zijn moeilijk te interpreteren, wordt verder aangestipt, zeker bij kinderen.
Het onderzoek loopt nog verder tot het einde van dit jaar, met een nieuwe monsterafname die de voorbije maand maart plaatsvond, en een derde testmoment in de tweede helft van mei en de eerste helft van juni van dit jaar.
Recente maatregelen
Nadat Sciensano de onderzoeksresultaten bekend maakte, hoorde men in de media wel eens dat deze het argument wegnamen om de scholen een week vóór de Paasvakantie te sluiten.
Dat is wat kort voor de bocht. De resultaten van het huidige rapport betreffen een periode van al enkele maanden terug.
"(...) there was no evidence of important clustering of cases in schools during the first testing period", luidt het in het onderzoeksrapport
De maatregel nam het Overlegcomité op in het pakket maatregelen wegens een recente toename van clusters in de scholen die werd gerapporteerd door de Risk Assessment Group.
Risk Assessment GroupDe epidemiologische update van de RAG van 24 maart 2021 stelt een toename vast van het aantal clusters, dat vooral in de scholen en bedrijven zichtbaar is. Voor een stuk is dat waarschijnlijk wel omdat bijvoorbeeld scholen ook meer worden gemonitord.Er zit ook nog heel wat ruimte voor nuance tussen de conclusie dat de scholen geen motor van de epidemie zijn, en de waarneming dat er clusters geregistreerd worden in de scholen, ook als dat (tijdelijk) meer het geval zou zijn dan elders.