PremiumArtsenkrant

Plotselinge stijging van de rentevoeten: dreigt er gevaar?

photo

De stijging van de rentevoeten was de afgelopen maanden de grootste zorg van professionele beleggers. Maar wat moet de individuele belegger ervan vinden?

31 maart 2021

Voor de aandelenmarkt was 9 november 2020 een keerpunt: de bekendmaking van het Pfizer-vaccin op die dag gaf hoop op een terugkeer naar normale economische omstandigheden. De klassieke, zogenaamde waardeaandelen veerden plotseling spectaculair op. Dit ging ten koste van groeiaandelen zoals Apple, Amazon, Facebook of Netflix, die al enkele jaren de toon aangaven en ook winnaars waren tijdens de crisis omwille van de lockdown, de versnelde digitalisering, ...

Daarnaast zag men ook de ontwikkeling van een ander verschijnsel, dat parallel liep met het vorige: de stijging van de rentevoeten. Dat is een historische constante: als de economische groei aantrekt, stijgt de langetermijnrente. De achterliggende gedachtegang van de beleggers (die deze koersen dicteren, zie het kaderartikel Op Korte of lange termijn?) is duidelijk: hogere groei leidt tot meer inflatie. Daarom is een hoger rendement nodig om dit verlies aan koopkracht te compenseren. De vraag is: zal deze inflatie blijven duren? Zo niet, dan kunnen de rentevoeten opnieuw dalen en moeten we er ons niet te druk over maken. Hoe bekijken de experts de evolutie? We vatten de vele meningen over dit onderwerp hier kort samen ...

Een stevige stijging van de rentevoeten zou nadelig zijn voor de beurs, maar een lichte opleving van de inflatie is dat niet. Dat laatste maakt het voor de bedrijven gemakkelijker om hun prijzen aan te passen. Opwaarts welteverstaan...

Spectaculaire klim maar laag niveau

Eerst iets over de stijgende rentevoeten. De curve is onregelmatig, maar de trend is duidelijk. Zeker in de Verenigde Staten, waar het rendement op de tienjarige staatsobligatie eind vorige week tot boven de 1,7% steeg. Dat is nog steeds laag in absolute termen, maar wel drie keer hoger dan in het najaar van 2020! Het ligt nu hoger dan het dividendenrendement van de Amerikaanse aandelenmarkt. Dit is natuurlijk niet onbeduidend, zoals het financiële tijdschrift Barron's bij het begin van de maand nog aanstipte.

In Europa blijven de rentevoeten veel lager, maar zijn ze ook opnieuw gestegen. Eind februari was de tienjaarlijkse rente in België zelfs zeer tijdelijk positief, om daarna terug negatief te worden. Toch kwam ze zeker niet meer in de buurt van de -0,4% van eind oktober 2020. Deze stijging van de rentevoeten zou logischerwijze parallel moeten lopen met een oplopende inflatie: niet meteen, maar naar verwachting in de komende jaren. Om het vanuit een ander perspectief te bekijken: de verwachte jaarlijkse inflatie met een horizon van vijf jaar is op ongeveer een jaar tijd gestegen van 0,5 tot 2,2% in de Verenigde Staten en van 0,7 tot 1,4% in Europa. Dat is hoe de financiële markten en dus de grote professionele beleggers het zien. Een aanzienlijke stijging, maar nog steeds bescheiden in absolute termen. Zal de inflatie echt langdurig klimmen en de rentevoeten mee naar boven trekken? Die discussie is in volle gang.

Reële rentes nog steeds negatief

De inflatie wordt aangewakkerd door de sterke stijging van de grondstoffenprijzen, vooral van olie, maar vindt ook munitie in de stimuleringsplannen die zowel in de Verenigde Staten als in Europa zijn opgezet. Het kolossale economisch steunplan van 1,9 triljoen dollar dat in Washington is goedgekeurd, wordt gezien als een inflatoire vector en speelt bijgevolg ook een rol in de stijging van de Amerikaanse rente. De president van de Amerikaanse centrale bank verklaarde dan wel dat de Fed haar obligatieaankopen (120 miljard dollar per maand) zal voortzetten om de rente te drukken, maar hij leek zich niet ongerust te maken over deze recente stijging. In Europa ligt de situatie enigszins anders. Christine Lagarde, de president van de ECB, kondigde aan dat de instelling haar obligatieaankopen zal verhogen. Dit besluit werd zeer gunstig onthaald, wat de stijging van de rentevoeten afremde.

Velen wijzen op een ander geruststellend element. De factoren die de inflatie de afgelopen jaren hebben gedrukt, globalisering, digitalisering ... zijn niet verdwenen. En de geschiedenis leert ook dat de rente na een recessie met 2 tot 3% stijgt zonder dat dit schade veroorzaakt. Maar een reële rente (dat is de tienjaarsrente min de inflatie) van rond de 1% of meer daarentegen zou wel alarmerend zijn. Dit is niet het geval in de Verenigde Staten en al helemaal niet in Europa, waar deze ruimschoots negatief is!

Geen grondverschuivingen

De vraag is: welke gevolgen kan deze verandering van omgeving hebben voor de beleggers? Eén ding is duidelijk: zowel de heropleving van traditionele aandelen als de inzinking van groeiaandelen hebben zich de afgelopen maanden verdergezet. De professionals zijn dan ook vrijwel unaniem: deze trend zou zich dit jaar moeten doorzetten, maar niet in overdreven mate. De traditionele aandelen zullen blijven groeien als het economisch herstel zich doorzet, maar zonder door te schieten. En wat de groeiaandelen betreft, die waren waarschijnlijk wel toe aan een adempauze, maar het zou verkeerd zijn om ze te begraven. Kortom, u hoeft uw fonds- of aandelenportefeuille niet te wijzigen. En terzijde: een stevige stijging van de rentevoeten zou nadelig zijn voor de beurs, maar een lichte opleving van de inflatie is dat niet. Dat laatste maakt het voor de bedrijven gemakkelijker om hun prijzen aan te passen. Opwaarts welteverstaan...

Een vergelijkbare situatie zien we bij onroerend goed. Dat profiteert traditioneel van de stijgende inflatie, maar verdraagt stijgende rentevoeten duidelijk veel minder. Tenminste boven bepaalde drempels, die veel hoger liggen dan de huidige rentes, vooral in Europa. De recente ontwikkelingen ogen misschien vrij spectaculair, maar dat is geen reden tot paniek, en dat geldt zowel voor de inflatie als voor de hoogte van rentevoeten.

Plotselinge stijging van de rentevoeten: dreigt er gevaar?
© Rob Engelaar

Op korte of lange termijn?

In economische en financiële nieuwsberichten en commentaren wordt meestal gesproken over 'rentevoeten', zonder enige verdere uitleg. In de meeste gevallen bedoelt men daarmee de langetermijnrente, zo valt uit de context af te leiden. Maar dit cijfer heeft niets te maken met de kortetermijnrente! Helemaal niets? Eerder bijna niets. De kortetermijnrente wordt gedicteerd door de centrale banken, voor de eurozone is dat de ECB. Dat zijn er eigenlijk meerdere, maar men verwijst gewoonlijk naar de belangrijkste, vandaar het enkelvoud. Eenvoudig gesteld is de kortetermijnrente het tarief waartegen de centrale bank geld uitleent aan commerciële banken die het nodig hebben. En dit voor een korte periode, zelfs voor een dag. Naast andere taken fungeert een centrale bank dus als bank van de banken.

Deze kortetermijnrente wordt vaak de basisrente genoemd omdat ze als basis dient voor andere kortetermijnrentes, zoals de rente waartegen banken elkaar leningen verstrekken. Maar ze heeft onvermijdelijk ook invloed op de tarieven op middellange termijn die banken toepassen, zoals die voor consumentenkredieten. Daarom zal een centrale bank deze rente verlagen om een slabakkende economie een duwtje te geven, of juist verhogen om een oververhitte situatie af te koelen. Zo heeft de kost van het krediet een grote invloed op de neiging om te consumeren en te investeren. En dus op de economische conjunctuur.

Het niveau van de kortetermijnrente kan natuurlijk niet zonder gevolgen blijven voor de langetermijnrente. Als de 'kosten van geld', de rentevoeten dus, voor leningen op één of drie maanden stijgen, dan staat het in de sterren geschreven dat deze beweging later een invloed zal hebben op de rente voor hypothecaire leningen of investeringskredieten. Maar op korte termijn zullen deze soms zeer langlopende verplichtingen nauwer aansluiten bij de langetermijnrente, en in het bijzonder bij de rente op tienjarige staatsobligaties. Want dat is de maatstaf en zelfs de definitie van de langetermijnrente in onze economieën. En wie bepaalt die tienjarige rente? De beleggers. Het gaat hier niet om de rente die vermeld staat op de obligatie, maar de rente die wordt berekend op basis van de prijs waartegen de obligatie tussen beleggers wordt verhandeld. De langetermijnrente wordt gedicteerd door de markt; zij vloeit voort uit de wet van vraag en aanbod. Centrale banken hebben dus maar een beperkte invloed op deze rentevoet, via de kortetermijnrente. En net om meer invloed op die langetermijnrente te kunnen uitoefenen (neerwaarts, om de economie te ondersteunen) hebben ze de laatste jaren massaal obligaties gekocht, zowel in de Verenigde Staten als in Europa. Dit beleid, dat de Amerikanen quantative easing noemen, verschilt volledig van de maatregelen die deze centrale banken traditioneel nemen. Daarom kwalificeert men deze aankopen als onconventionele maatregelen.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine