Bij borstkanker betekent het toevoegen van S-1 aan de endocriene therapie een meerwaarde

In deze Japanse multicentrische (139 centra), open-label, gerandomiseerde, gecontroleerde, fase 3-studie werden 957 patiënten met oestrogeenreceptorpositieve, HER-negatieve, primaire borstkanker behandeld met de standaard adjuvante endocriene therapie (selectieve oestrogeenreceptormodulators met of zonder ovariële suppressie en aromatase-inhibitoren). Dat gebeurde in combinatie met S-1 (80-120 mg/d tweemaal per dag gedurende 14 dagen met onderbrekingen van 7 dagen) en 973 met enkel de standaard adjuvante endocriene therapie.
De mediane follow-up bedroeg 52,2 maand (IQR 42,1-58,9). 155 (16%) van de patiënten in de groep met enkel endocriene behandeling en 101 (11%) van de patiënten in de groep met endocriene behandeling plus S-1 vertoonden invasieve ziektevrije overlevingsvoorvallen (hazard ratio 0,63, 95% CI 0,49-0,81, p=0,0003). De 5-jaars invasieve ziektevrije schatting van de overleving bedroeg 82% in de groep met enkel endocriene behandeling en 87% in de groep met endocriene behandeling plus S-1 (mediane follow-up 52,2 maand; IQR 42,1-58,9).
Men noteerde een overlijden bij 68 (4%) van de 1.930 patiënten (36 van de 973 patiënten in de groep met enkel endocriene behandeling en 32 van de 957 patiënten in de groep met endocriene behandeling plus S-1). De meeste overlijdens waren te wijten aan progressie van de aandoening of nieuwe borstkankers (33 [92%] van de 36 patiënten in de groep met endocriene behandeling alleen en 30 [94 %] van de 32 patiënten in de groep met endocriene behandeling plus S-1). De algemene overleving was vergelijkbaar voor beide behandelingsgroepen (HR 0,90, 95% CI −0,56 tot 1,44).
De meest voorkomende bijwerkingen van graad 3 of erger waren verminderde neutrofielentelling (72 [8%] van de 954 patiënten in de groep met endocriene behandeling plus S-1 tegenover zeven [1%] van de 970 patiënten in de groep met enkel endocriene behandeling), diarree (18 [2%] tegenover geen), verminderde wittebloedcellentelling (15 [2%] tegenover twee [<1%]), en vermoeidheid (zes [<1%] tegenover geen). Ernstige bijwerkingen werden waargenomen bij negen (1%) van de 970 patiënten in de groep met enkel endocriene behandeling en 25 (3%) van de 954 patiënten in de groep met endocriene behandeling plus S-1.
Deze die bij meer dan een patiënt voorkwamen in een van beide behandelingsgroepen waren diarree (zes [1%] in de groep met endocriene behandeling plus S-1 tegenover geen enkele in de groep met enkel endocriene behandeling), pneumonie (drie [<1 %] in elke groep), en fracturen (twee [<1%] tegenover een [<1%]). Men noteerde een (<1%) mogelijk behandelingsgerelateerd overlijden in de groep met endocriene behandeling plus S-1 te wijten aan vermoeden van trombose van de arteria pulmonalis.
Toi, M., Imoto, S., Ishida, T. et all: Adjuvant S-1 plus endocrine therapy for oestrogen receptor- positive, HER2-negative, primary breast cancer: a multicentre, open-label, randomised, controlled, phase 3 trial. Lancet Oncol 2021; Vol 22 january: 74-84. DOI:https://doi.org/10.1016/S1470-2045(20)30534-9