KCE ontwikkelt tools voor aanpak ouderenmisbehandeling

Wat verhindert de detectie en een betere aanpak van ouderenmis(be)handeling? Het KCE publiceert een gedetailleerd rapport met voorstellen voor verbetering en een stappenplan.
Het KCE wil professionals een leidraad bieden bij de vragen die ze moeten stellen en de houding die ze moeten aannemen als ze mis(be)handeling vermoeden. Want ouderenmis(be)handeling is een enorm onderschat probleem.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat één op de zes personen van 60 jaar of ouder het afgelopen jaar er het slachtoffer van was. En alleen het topje van de ijsberg lijkt zichtbaar te zijn:, niet meer dan één op de 24 gevallen zou worden gemeld.
Complex
Het KCE onderzocht de problematiek van ouderenmis(be)handeling, met de bedoeling om de detectie en de aanpak ervan in ons land te verbeteren.
Er zijn verschillende vormen van mis(be)handeling: fysieke, psychologische, seksuele, financiële mis(be)handeling, verwaarlozing of schending van de persoonlijke rechten... . Het kan zich in verschillende omgevingen voordoen: in de familiale kring, in een woonzorgcentrum, in de thuiszorg...
Slachtoffers van mis(be)handeling zijn vaak terughoudend om hun pijnlijke situatie te melden, uit schaamte, uit angst om iemands vertrouwen te beschamen of uit angst voor represailles. Of omdat ze niet de hulpmogelijkheden kennen.
De detectie van ouderenmis(be)handeling is complex, want er zijn vele risicofactoren waar men alert moet voor zijn, zowel bij de oudere als bij de pleger.
Ook de aanpak van de mis(be)handeling is complex. Ze bevindt zich op het raakvlak van verschillende sectoren: zorg, hulpverlening, politie en justitie. De communicatie tussen deze sectoren is niet altijd optimaal.
Obstakels
Voor deze studie voerde het KCE een grootschalig onderzoek naar de problemen op het terrein. Een groot aantal actoren werd bevraagd, zowel in de hulp- en zorgsector als bij justitie en de politie.
Er blijken vele uiteenlopende belemmeringen te bestaan, naast communicatieproblemen. Zo wordt het begrip beroepsgeheim heel uiteenlopend geïnterpreteerd. Dat vergemakkelijkt de samenwerking tussen actoren of sectoren niet.
Bovendien vertelden vele betrokkenen dat ze slecht uitgerust zijn: er is onvoldoende opleiding over de specifieke kenmerken van dit soort mis(be)handeling, er is een gebrek aan detectie- en communicatiemiddelen en aan personeel, enzovoort. Ze meldden ook dat de gespecialiseerde organisaties onvoldoende zichtbaar en bereikbaar zijn.
Een actieplan en detectietools
Om de detectie en aanpak van ouderenmis(be)handeling te verbeteren, ontwikkelde het KCE een stappenplan voor de hulp- en zorgverleners. Het bevat een overzicht van vragen die de hulpverlener kan stellen, en de manier waarop moet worden gereageerd.
Daarnaast ontwikkelden de onderzoekers een generiek plan aan de hand van voorbeelden uit een aantal andere landen. Dat plan kan worden aangepast aan de lokale situatie om snel te kunnen optreden, bijvoorbeeld door het toevoegen van de lokale contactgegevens van politie, justitie, gespecialiseerde organisaties en andere belangrijke personen en instanties.
Het KCE pleit ervoor om dit actieplan verplicht ter beschikking te stellen en te laten gebruiken door elke professional/organisatie in de zorg- en hulpverlening.
Daarnaast zocht het KCE in de internationale wetenschappelijke literatuur naar instrumenten voor de detectie van mis(be)handeling. Ze zullen alleen niet volstaan om een vermoeden van mis(be)handeling te bevestigen, maar ze kunnen wel het bewustzijn helpen vergroten en aanzetten tot een meer doortastende aanpak.
De meest praktische en gevalideerde tools die beschikbaar zijn in minstens één van de officiële landstalen, werden opgenomen in de bijlage van het stappenplan.
Aanbevelingen
Zoals steeds formuleert het KCE ook een aantal aanbevelingen.
- Er bestaan goede opleidingen over ouderenmis(be)handeling, maar er zijn er helaas niet genoeg. De beroepsopleiding van iedere professional die in contact komt met ouderen moet systematisch een module bevatten over de preventie en aanpak van ouderenmis(be)handeling. Een volgende stap zou zijn deze opleidingen meer gezamenlijk te geven: met hulpverlening, politie én thuiszorg.
- De Belgische wetgeving bevat geen misdrijven die specifiek betrekking hebben op ouderenmis(be)handeling. Maar al bestaande bepalingen bieden mogelijkheden voor een adequate aanpak. De wetgeving bevat niet alleen repressieve maatregelen maar laat ook mogelijkheden open voor bemiddeling en beschermende maatregelen. De professionals op het terrein zijn niet altijd op de hoogte van al deze mogelijkheden.
- Het KCE beveelt aan om duidelijk te maken wanneer het beroepsgeheim kan worden opgeheven en moedigt de betrokken professionals aan om een beroep te doen op diensten die hen kunnen helpen om situaties geval per geval te beoordelen.
- België heeft geen specifiek nationaal of regionaal plan tegen ouderenmis(be)handeling. Het KCE pleit ervoor om oudermis(be)handeling mee op te nemen in bestaande plannen om met geweld om te gaan.
- De volledige samenleving - en de beleidsmakers - moet meer bewust zijn van goede behandeling, mis(be)handeling en leeftijdsdiscriminatie. Dit moet leiden naar een mentaliteitsverandering met meer inclusie van ouderen, en betere ondersteuning.
- Gegevens over ouderenmis(be)handeling moeten systematisch worden verzameld, om de doeltreffendheid van beleidsmaatregelen te kunnen beoordelen.
'Ontspoorde zorg'
Het heeft onze samenleving veel tijd gekost om te beseffen wat voor een enorme en discrete bijdrage mantelzorgers leveren bij hun zorg voor afhankelijke ouderen. Dat gaat soms ten koste van hun persoonlijke behoeften en hun gezinsleven.
Als mantelzorgers worden overbelast, bestaat er een risico dat hun welwillende hulp aan de oudere geleidelijk aan afglijdt naar mis(be)handeling. Deze vorm van - meestal onbedoelde - mis(be)handeling wordt in het Engels 'derailed care' genoemd (letterlijk 'ontspoorde zorg').
Over het onderwerp bestaan er weinig cijfers, maar volgens sommige schattingen is ongeveer 15% van de mantelzorgers zo overbelast, dat er een risico is van ontspoorde zorg.
Het is belangrijk om dit taboe te doorbreken door erover te durven praten en door de ondersteuning voor mantelzorgers te versterken.
Hetzelfde geldt voor de woonzorgcentra. Daar bemoeilijkt een gebrek aan tijd, middelen en personeel de zorgorganisatie, en bevordert het financieringssysteem de autonomie van ouderen niet.
Goede behandeling kan op die manier afglijden naar institutionele mis(be)handeling.
Op de website van het KCE vindt u een korte en een lange synthese in het Nederlands, en het volledige onderzoeksrapport 331As in het Engels.