Amper besmettingen in het openbaar vervoer

Toen in september de scholen hun deuren weer openden, steeg ook de bezettingsgraad van openbaar vervoer, met soms overvolle bussen tot gevolg. Dat leidde tot bezorgdheid bij buschauffeurs, reizigers en ouders. Hoe groot is het besmettingsrisico op het openbaar vervoer?
Je moet geen viroloog zijn om te beseffen dat het gevaarlijk is als mensen dicht op elkaar gepakt staan in de bus, getuigde een bezorgde buschauffeur uit de provincie Antwerpen in De Standaard. "En dat is vooral voor schoolkinderen vaak zo."
Volgens de UITP (International Association of Public Transport) is het risico op besmetting met het coronavirus in het openbaar vervoer nochtans laag. "Talrijke wetenschappelijke studies en empirische analyses tonen aan dat het openbaar vervoer veel minder risico met zich meebrengt dan andere openbare plaatsen of privébijeenkomsten. Helaas wordt het vaak gestigmatiseerd zonder solide argumenten", stelt de UITP.
Minimale bron
De UITP verwijst onder meer naar een onderzoek door het Duitse Robert Koch-Institut* naar de oorsprong van covid-19-besmettingen in Duitsland. Buiten enkele grootschalige uitbraken in de vleesverwerkende industrie zijn dit vooral transmissies in thuissituaties en op plaatsen waar mensen op beperkte oppervlakte samenwonen, zoals in asielcentra en woonzorgcentra. In publieke ruimtes komen volgens het onderzoek maar weinig besmettingen voor. Slechts 0,2% van alle getraceerde besmettingen vond plaats tijdens (privé- of openbaar) vervoer. De onderzoekers waarschuwen echter wel dat in sommige situaties, bijvoorbeeld in het treinverkeer, uitbraken moeilijk vast te stellen zijn, omdat in veel gevallen de identiteit van een contact achteraf niet meer kan worden achterhaald. Er zou dus sprake kunnen zijn van onderregistratie.
Vergelijkbare cijfers vond de UITP in Frankrijk. Volgens het agentschap Santé Publique France zijn 1,2% van alle besmettingen tussen 9 mei en 28 september te linken aan transport; de meeste gebeurden op het werk, in scholen en thuissituaties.
Ook studies buiten Europa pleiten het openbaar vervoer vrij. De Wereldbank wijst er in een blogbericht op dat Hong Kong sterk afhankelijk is van open- baar vervoer, en toch slechts 1.100 covid-19-gevallen registreerde. Ook in de notoir overvolle metro van Tokyo werden geen clusters gevonden. "Passagiers reizen meestal alleen, ze dragen een mondmasker en ze praten niet", verklaart de Japanse viroloog Hitoshi Oshitani deze vaststelling.
Veilig vervoer
Om veilig openbaar vervoer te garanderen, moet de operatoren zich volgens de UITP wel aan drie grondregels houden. Reizigers dienen mondmaskers te dragen; oppervlakken die reizigers aanraken dienen regelmatig gedesinfecteerd te worden; en voertuigen dienen te beschikken over een goede ventilatie zonder hercirculatie van binnenlucht.
Verder dienen reizigerspieken voorkomen te worden. Dat kan door de school- en werkdag beter te spreiden, bijvoorbeeld door niet alle scholen in een stad op hetzelfde ogenblik te laten beginnen. In Colombia mag het openbaar vervoer slechts 35% van zijn capaciteit gebruiken, terwijl het Verenigd Koninkrijk een nog lagere limiet van 10% heeft opgelegd. Als hieraan voldaan wordt, bedraagt volgens de Britse Rail Safety Body (RSB) de kans om tijdens een treinrit van 38 km besmet te worden 1 op 19.765. Dat is lager dan de kans om betrokken te geraken in een auto-ongeval, stelt de RSB.
* Buda S, an der Heiden M, Altmann D, Diercke M, Hamouda O, Rexroth U: Infektionsumfeld von erfassten COVID-19-Ausbrüchen in Deutschland. Epid Bull 2020; 38:3-12 | doi 10.25646/7093
Recidive lager na verkeerscursus
Verkeerszondaars plegen minder recidive wanneer ze een verkeerscursus moeten volgen dan wanneer ze een klassieke straf krijgen. Dat blijkt uit een studie van Vias institute.
Vias institute onderzocht specifiek het effect van vormingen voor bestuurders die betrapt waren met te veel alcohol achter het stuur. Het percentage recidivisten ligt 41% lager bij verkeersovertreders die een vorming moesten volgen, vergelijken met overtreders die een klassieke straf zoals een geldboete of een rijverbod kregen. Na een klassieke straf hervalt 63% van de overtreders. Bij de groep overtreders die een cursus volgden was dat maar 37%.
Bestuurders die een klassieke straf krijgen hervallen bovendien sneller. Zowat 1.000 dagen na de veroordeling is de helft van de bestuurders die een klassieke straf kregen al hervallen, tegenover een kwart van de bestuurders die de vorming volgden.
De impact van de vormingen is het grootst op bestuurders met een blanco strafblad. Bij hen daalt de kans om hervallen het sterkst na een vorming. Bij bestuurders die al eerdere veroordelingen hebben, is de impact minder uitgesproken.
De vormingen zijn geen wondermiddel en hebben niet op iedereen hetzelfde effect, stelt Vias. Bij zware drinkers is er meestal sprake van een afhankelijkheidsproblematiek. Zij moeten vooral leren om rijden los te koppelen van hun drinkgedrag en werken aan hun verslaving. Bij deze groep kan de verkeersveiligheid effectiever verhoogd worden door het installeren van een alcoholslot.