3. Een Kring voor de verdediging van de beroepsbelangen

De Koninklijke Artsenvereniging van Antwerpen (KARVA) viert dit jaar haar 400ste verjaardag. In deze aflevering staan we even stil bij haar directe voorganger, de Geneeskundige Kring van Antwerpen.
De beroepsvereniging die de Antwerpse artsen nodig hadden (zie AK2646) kwam er in 1874. Op 10 februari van dat jaar werd de Cercle Médical d'Anvers - Geneeskundige Kring van Antwerpen opgericht, met als doel de samenhorigheid van het geneesherenkorps te bevorderen, te waken over de waardigheid van het beroep en de beroepsbelangen van de geneesheren te verdedigen. De vereniging had meteen veel meer aanhang dan de wetenschappelijke 'Société de Médecine d'Anvers', die op dat moment in een benarde financiële situatie zat, vertelt dr. Jean-Pierre Tricot, voormalig voorzitter van KARVA en auteur van meerdere publicaties over de geschiedenis van de Antwerpse medische wereld.

Zwarte lijst
Een van de eerste activiteiten van de Cercle Médical was het bijhouden van een zwarte lijst met wanbetalers. Het gebeurde toen vaak dat geneesheren niet betaald werden door nochtans kapitaalkrachtige patiënten. Wie op de zwarte lijst belandde, bleef verstoken van geneeskundige hulp tot hij zijn schulden vereffend had. Tevens zorgde de Cercle Médical ook voor de aanstelling van plaatsvervangers tijdens de verlofperiodes van dokters, en stelde ze bindende ereloontarieven op.
Een eigen huis
Aanvankelijk had de Geneeskundige Kring van Antwerpen geen eigen lokalen. De administratie gebeurde bij de voorzitter of secretaris thuis, en vergaderingen vonden plaats in een gehuurd lokaal. Pas na de Eerste Wereldoorlog, in 1919, kocht de Geneeskundige Kring van Antwerpen een herenhuis in de Louizastraat 8 als zetel voor de vereniging. Deze patriciërswoning werd opgetrokken omstreeks 1850.
Het gebouw werd gebruikt voor wetenschappelijke bijeenkomsten in het kader van permanente navorming. Het was ook een ontmoetingsplaats voor huisartsen, specialisten en paramedici. Ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van het Collegium werd in 1920 een groot congres georganiseerd over de geschiedenis van de geneeskunde.
Evolutie
In de periode na WO II was de behoefte aan medische bijscholing enorm groot. En om daaraan tegemoet te komen, organiseerde de Geneeskundige Kring van Antwerpen in 1946 de eerste editie van de Geneeskundige Dagen van Antwerpen (zie AK2645).
De laatste decennia is de inmiddels Koninklijke Geneeskundige Kring van Antwerpen sterk geëvolueerd. Heel wat van de taken van de Kring werd overgenomen door andere instanties: onderwijs door de Universiteit Antwerpen, toezicht op deontologie door de Orde der artsen, toezicht op hygiënische maatregelen door de gezondheidsinspectie, vaststellen van de ereloontarieven door het Riziv, gezondheidszorg voor behoeftigen door de OCMW's, en de verdediging beroepsbelangen door de artsensyndicaten. Door die evolutie is de Geneeskundige Kring zich gaan toespitsen op zijn eigenlijke corebusiness. En dat is: een forum zijn voor de communicatie tussen alle Antwerpse artsen zonder onderscheid van specialisatie, ziekenhuisaffiliatie of politiek-filosofische overtuiging, en het organiseren van wetenschappelijke en socioculturele activiteiten.

In 2009 ging de Kring op in de nieuw opgerichte Koninklijke Artsen-vereniging van Antwerpen (KARVA). Het Artsenhuis in de Louizastraat 8 werd verkocht om de werking van KARVA niet te belasten. Het secretariaat van KARVA vond onderdak in het Gouverneur Kinsbergen Centrum op de Campus Wilrijk van de Universiteit Antwerpen.
Dit is het derde in een reeks van zes artikels over 400 jaar Karva.
Omzwervingen van een bibliotheek
De Société de Médecine bezat een mooie collectie boeken die aanvankelijk bewaard werd in de Antwerpse stadsbibliotheek, gescheiden van de andere collecties. Dr. Victor Desguin, gemeenteraadslid en chirurg in het Sint-Elisabethgasthuis, zorgde ervoor dat de Société twee lokalen in het Antwerpse Atheneum ter beschikking kreeg. Leden hadden twee uur per dag toegang tot deze eigen bibliotheekruimte.
In 1920 had het Atheneum de lokalen echter zelf nodig. De boeken moesten opnieuw naar de stadsbibliotheek verhuizen. Omdat daar evenmin plaats was, werden ze tijdelijk in kisten opgeslagen in de Sint-Annakapel in de Lange Nieuwstraat. In 1921 besloot de vereniging om in het pand in de Louizastraat de twee achterste salons van de eerste verdieping en de bovenliggende kamers van de tweede verdieping uit te breken en een grote conferentiezaal met galerij in te richten. Tegen de muren werden boekenrekken aangebracht waar de boeken- en tijdschriftencollectie een plaats kreeg. De bibliotheek kreeg de naam 'Alberteum' naar de toenmalige koning Albert, die haar pas in 1935 officieel kwam inhuldigen.
Het belang van de medische bibliotheek mag niet onderschat worden, vertelt Jean-Pierre Tricot. "Het historisch meest waardevolle deel van de collectie is de ruime verzameling negentiende-eeuwse medische tijdschriften: niet alleen van plaatselijke en regionale geneeskundige kringen van Vlaanderen maar ook internationale tijdschriften zoals The Lancet".