Nasofaryngeaal carcinoom: toevoeging radio- aan chemotherapie verbetert resultaten

In deze multicentrische, gerandomiseerde fase III-studie werd de toevoeging van lokale radiotherapie aan klassieke chemotherapie nagegaan bij een de novo gediagnosticeerd nasofaryngeaal carcinoom. Bij 63 patiënten werd na deze chemotherapie een adjuverende radiotherapie verricht. De controlegroep omvatte eveneens 63 patiënten, die enkel de chemotherapie kregen, met fluorouracil continu intraveneus infuus (5 g/m2 over 120 uur) en cisplatine intraveneus (100 mg/m2) op dag 1, toegediend om de drie weken tot een totaal van zes cycli.
De mediane follow-up bedroeg 26,7 (IQR 17,2-33,5) maanden. De algemene 24-maandsoverleving was 76,4% (95% CI, 64,4%-88,4%) in de chemo- plus radiotherapiegroep, in vergelijking met 54,5% (95% CI, 41,0%-68,0%) in de groep met enkel chemotherapie (gestratificeerde hazard ratio 0,42; 95% CI; 0,23-0,77, P = 0,004).
Men bemerkte progressie van de aandoening bij 37 patiënten in de chemo- plus radiotherapiegroep en 56 in de groep met enkel chemotherapie. Patiënten in de chemoradiogroep vertoonden een superieure progressievrije overleving tegenover deze van de chemogroep (gestratificeerde hazard ratio 0,36; 95% CI: 0,23-0,57; P < 0,001).
De algemene responsratio was, na het beëindigen van de 6 cycli chemotherapie, vergelijkbaar voor beide groepen: de chemo- plus radiotherapiegroep 80,9% met een volledige respons van 7,9% tegenover de groep met alleen chemotherapie 82,5% met een volledige respons van 6,3%. Na de radiotherapie verhoogde de volledige respons tot 16,4%.
Men weerhield geen significante verschillen wat betreft hematologische toxiciteit in de twee groepen. Graad 3 tot 4 neutropenie was het meest voorkomende toxische effect en trad op bij 35 (56,5%) patiënten in de chemoradiogroep, en 35 (54,7%) patiënten in de groep met chemotherapie. Men noteerde geen significante verschillen wat betreft hepatotoxische, nefrotoxische, en gastro-intestinaal toxische effecten.
Op gebied van specifieke bijwerkingen van radiotherapie noteerde men 5 (8,1%) gevallen van acute dermatitis van graad 3 of erger, 21 (33,9%) keer mucositis van graad 3 of erger, en 4 gevallen van xerostomie (6,5%) van graad 3 of erger. Wat betreft laattijdige neveneffecten, weerhield men 3 (5,2%) maal gehoorverlies van graad 3 of erger en 2 (3,4%) keer trismus van graad 3 of erger.
You, R., MD, Liu, Y-P., Huang, P_Y. et al: Efficacy and Safety of Locoregional Radiotherapy With Chemotherapy vs Chemotherapy Alone in De Novo Metastatic Nasopharyngeal Carcinoma A Multicenter Phase 3 Randomized Clinical Trial. JAMA Oncol. Published online July 23, 2020. doi:10.1001/jamaoncol.2020.1808.