'Nood aan een uitgewerkt zorgprogramma pandemie'

"Snel kunnen schakelen is essentieel. Die les heeft de coronacrisis ons wel geleerd. Daarom is Zorgnet-Icuro voorstander van een uitgewerkt zorgprogramma dat geactiveerd wordt indien zich een pandemie voordoet. Op veel kleinere schaal bestaat dat trouwens al voor ebola."
Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro, het Vlaams netwerk van zorgorganisaties, hoopt de ziekenhuizen weldra een volledig uitgewerkt zorgprogramma te kunnen aanbieden.
Structureel geïntegreerd
Eén van de pijnpunten tijdens de gezondheidscrisis was de noodgedwongen stopzetting van alle niet-dringende raadplegingen, electieve en niet-electieve ingrepen. "Met een zorgprogramma kunnen deze prestaties wel worden verdergezet, zij het op een lager pitje. De realisatie vergt op federaal niveau financiering en een nomenclatuur. Op Vlaams niveau is normering, handhaving en inspectie nodig", stelt Margot Cloet. "Doel is ook het zorgprogramma structureel te integreren in het beleid. Een activeringstoelage en een wachttoelage om bedden vrij te maken in geval van crisis zijn dus zeker nodig."
Niet in het minst denkt Margot Cloet aan het verpleegkundig personeel. "Deze crisis heeft ons veel geleerd. Qua tests, stock- en materiaalbeheer zijn we er goed doorgesparteld. Verpleegkundigen toonden een grote inzet, werden snel opgeleid en maakten de shift naar covid-19. Snel voldoende personeel activeren moet een belangrijk aandachtspunt zijn in het nieuwe zorgprogramma. Er is de voorziene 400 miljoen euro van het Zorgpersoneelsfonds. Maar het is nog altijd niet duidelijk hoe die ingezet zullen worden."
De topvrouw van Zorgnet-Icuro ia van mening dat het zorgprogramma integraal deel moet uitmaken van het ziekenhuislandschap en dat het de ziekenhuisnetwerken meer inhoud kan geven. Covid intensifieerde trouwens de contacten tussen de ziekenhuizen van de netwerken.
Terugblik
Net zoals voor tal van zorgverleners waren de voorbije maanden ook voor Margot Cloet een rollercoaster. Een korte terugblik en evaluatie. "De eerste bijeenkomsten met de ziekenhuiskoepels en de virologen op de FOD Volksgezondheid dateren van 2 en 3 maart - later kwamen daar de intensivisten bij. Samen vormde deze groep het Comité Hospital & Transport Surge Capacity. Ook de gemeenschappen werden hierin betrokken."
Vervolgens kwam alles in een stroomversnelling. Er werd overgeschakeld op dagelijks overleg en dat resulteerde op 10 maart in een eerste omzendbrief. Daarin vroeg de overheid ziekenhuizen niet-dringende zorg af te bouwen en covid-19-capaciteit te voorzien. De Nationale Veiligheidsraad kondigde een algemene lockdown af. "Aan de vooravond was er de beruchte en surrealistische vrijdag 13 maart met de lockdownfeestjes", blikt Margot Cloet terug.
"Vanaf dan vergaderde het comité nog intenser, dagelijks ongeveer twee uur. Een heikel punt was bijvoorbeeld dat kleinere ziekenhuizen over minder IZ-bedden beschikken. Dat maakt het voor hen moeilijker om covid-19-units te bouwen. Dag na dag bevroegen we de ziekenhuizen. Hoeveel bedden zijn er vrijgemaakt? Hoeveel ECMO's? Zuurstof?..." Op dagelijkse basis capaciteit monitoren bleek een hele klus maar maakte snel schakelen wel mogelijk. "Zo konden we de berg op", drukt Cloet het uit. De volgende weken werd ook het leger ingezet om onder andere mee in te staan voor het vervoer van covidpatiënten tussen de ziekenhuizen. "Een eerste piek tekende zich in Limburg af. Daarom gingen we na of en hoe we patiënten konden verplaatsen naar andere provincies."

Ondertussen kwamen er triageposten. "We stelden de nood daaraan 's morgens vast, overlegden meteen en de dag zelf gingen er richtlijnen naar de sector. In normale tijden duurt zoiets maanden", getuigt ze. "Dat was een heel intense periode, alles is razendsnel opgebouwd en hervormd. Echt dag na dag en dat is beslist een positief punt." Ook het overleg met en binnen de ziekenhuizen was een opsteker. "Directies, hoofdartsen en coördinatoren van noodplannen werkten goed samen, de betrokkenheid was groot."
Plus 8.000%
Met een enquête peilde Zorgnet-Icuro bij 40 Vlaamse, algemene ziekenhuizen naar de impact van de crisis en de richtlijnen op de activiteiten. De resultaten spreken voor zich. Tussen 16 maart en 19 april nam de activiteit in het dagziekenhuis bijvoorbeeld met 60% af vergeleken met dezelfde periode in 2019. Daarna tekende zich opnieuw een stijging af. In dezelfde periode daalden de activiteiten in het operatiekwartier met 76 tot 78% ten overstaan van de referentieweek in 2020. Ambulante raadplegingen werden weggevaagd. In de plaats kwam een duizelingwekkende toename van de teleconsultaties met 8.000% (!), van 1.000 naar 81.900 prestaties.
Margot Cloet: "Dat maakte uiteraard de algemene daling van de activiteitsgraad niet goed. De ziekenhuizen verloren gedurende maanden heel veel geld. Alleszins hoop ik dat de sector aan zijn inspanningen voor de volksgezondheid geen financiële kater overhoudt. Weliswaar werd een miljard euro voorschot vrijgemaakt maar de meerkosten zijn groot terwijl de inkomsten enorm terugliepen. Daar maak ik me zorgen over." Cloet pleit voor een "structureel andere financiering", voor een extra kader. "Uit de Maha-studie weten we dat de marge sowieso al flinterdun is. Zonder extra financiële middelen van het Riziv en de FOD Volksgezondheid zijn de ziekenhuizen virtueel failliet."
Heropstart
Op 30 april stuurde het Comité Hospital & Transport Surge Capacity een nieuwe brief naar directies en hoofdartsen. Daarin maande men de ziekenhuizen enerzijds aan om een substantieel deel van de bedden te reserveren voor een eventuele tweede covidgolf en anderzijds de normale activiteiten opnieuw op te starten. Margot Cloet: "Aan het tijdstip van de heropstart ging een zware discussie vooraf. Niet alle ziekenhuizen en hoofdartsen begonnen daarmee op hetzelfde moment. Veel debat was er ook over de vraag wanneer ziekenhuizen opnieuw bezoek konden toelaten."
De topvrouw van Zorgnet-Icuro waarschuwt artsen en ziekenhuizen. De inhaalbeweging inzake raadplegingen, dagziekenhuis, operaties, hospitalisatie en niet-dringende zorg moet zorgvuldig en in voldoende veilige omstandigheden gebeuren. "Niet iedereen kan meteen alles doen en een covid-19-reserve blijft noodzakelijk. Bovendien dringen grote aanpassingen zich op wat organisatie, hygiëne, wachtkamers, testen, het maken van afspraken... betreft. De nieuwe manier van werken vraagt van alle medewerkers een niet te onderschatten fysieke en mentale inspanning."
Opnieuw benadrukt Cloet dat aan het nieuwe normaal een substantieel financieel plaatje hangt. "Er moet boter bij de vis komen. Een structurele aanpassing van de ziekenhuisfinanciering is nodig. Belangrijk is ook om het Zorgpersoneelsfonds te integreren in het Budget Financiële Middelen. De federale raad voor ziekenhuisvoorzieningen bereidt over dit alles trouwens een aantal adviezen voor."
'In woonzorgcentra ontbrak medisch-logistieke component'
De achilleshiel van de coronacrisis waren allicht de woonzorgcentra. Voor Margot Cloet dringen versterkingen zich op. En een reflectie over het concept zelf.
De topvrouw van Zorgnet-Icuro onderstreept vooreerst de positieve punten. "Circa 60% van de wzc's deed het goed en bleef coronavrij. Ook goed is dat de ziekenhuizen ondersteuning boden zonder dat het beleid dit vroeg. Veel steun was er ook van externen, huisartsen, CRA's enz. En zelfs in lockdown bleef mantelzorg, familiebezoek en palliatieve zorg mogelijk. Wel waren de keuzemogelijkheden qua verplaatsingen binnen en buiten de wzc's erg beperkt. Dat was niet evident."
Medische component
Tegelijk, zo stelt Margot Cloet, werden de wzc's "hard geconfronteerd" met hun "welzijnsgerichte evolutie" van de jongste jaren. "Op zich is dat goed. Het biedt levenskwaliteit. Maar in de coronacrisis speelde een gigantische medisch-logistieke component mee. In een aantal centra hield het virus lelijk huis. Tot 40% van het personeel viel uit, er was geen materiaal in stock enz. Dit terwijl de hygiëne op ziekenhuisniveau noodzakelijk was."
In de toekomst is dus meer personeel nodig en een financiering in functie van de zorgzwaarte. "Het is een en-en verhaal in samenhang met de thuiszorg. Vroeger verbleven mensen gemiddeld zes jaar in een wzc, nu nog slechts twee jaar. Die evolutie vergt zowel in de thuiszorg als in de ziekenhuizen een andere minimale omkadering."
Splijtzwam
In het collectieve geheugen blijft allicht de uithaal hangen in verband met het bezoekrecht. De Nationale Veiligheidsraad wilde per resident van een wzc één bezoeker toelaten. Cloet counterde meteen. "Ik was geschrokken, ja. Wij waren helemaal niet op de hoogte. Bezoekrecht viel op dat moment niet te organiseren. Daar had men totaal niet aan gedacht. We zaten toen op de piek van de crisis in de woonzorgcentra."
Daarna ging het beter en stemden de praktijk en het beleid beter op elkaar af. Al schoten de werkgroepen nog steeds als paddenstoelen uit de grond. "De eenheid van commando ontbrak, zegt Margot Cloet. "Pas na de oprichting van een Vlaamse taskforce verbeterde de samenwerking met de sector, zoals die ook bestond in het Comité Hospital & Transport Surgery Capacity. Zeker is natuurlijk wel dat de bevoegdheidsverdeling soms een splijtzwam vormde."