'Nu zaken definitief verankeren'

"We moeten ook de zwakste schakels meenemen en er extra zorg voor dragen - om humanitaire én epidemiologische redenen. Anders kan een epidemie juist daar weer opflakkeren."
Dat zegt Pedro Facon, directeur-generaal gezondheidszorg bij de FOD Volks-gezondheid en covoorzitter van het Comité Hospital & Transport Surge Capacity.
Hefbomen
"Handen wassen, desinfecteren, afstand houden en maskers dragen... Het evolueert snel, zegt Pedro Facon. Naast een pedagogisch element gaat het ook over een stukje aanvaarding. We moeten ermee leren leven. En het is deels ook cultureel bepaald. Azië maakte al eerder grote crises mee en daar is het beter ingeburgerd."
Nu krijgt Europa de kans om zaken definitief te verankeren. "We keren terug naar de essentie van ons gezondheidsbeleid. In de 19de en begin 20ste eeuw boekte men de grootste gezondheidswinst door heel hard in te zetten op hygiëne. We zijn daarin te laks geworden. Decennia lang kwamen er geen infecties meer voor en dus waren we het een beetje vergeten. We worden er nu opnieuw mee geconfronteerd."
Inzetten op financiering en terugbetaling in de ziekteverzekering blijft uiteraard cruciaal. Heel wat hefbomen voor de volksgezondheid zitten echter niet in het zorgsysteem. "Algemene hygiëne, preventie en een gezonde leef- en woonomgeving zullen nu hoger op de agenda komen," denkt Facon.
Zwakste schakel
Wel is hij er zich zeer van bewust dat de sterkte van de ketting afhangt van de zwakste schakel. Facon: "In bepaalde woonomgevingen leven mensen zeer dicht bij elkaar in erbarmelijke omstandigheden. Denk aan de grootsteden, met daklozen in opvangcollectiviteiten en illegale woonvormen. Die zwakke schakels moeten we meenemen en er extra zorg voor dragen - om humanitaire én epidemiologische redenen. Anders kan een epidemie juist daar weer heropflakkeren."
Concreet impliceert dit voor Erika Vlieghe, diensthoofd infectieziekten UZA en voorzitter van de Groep Experts belast met de Exit-Strategie (GEES), dat je de sociaal kwetsbare groepen ook vindt en bereikt met preventieve boodschappen. "Een deel van de oefening die we nu doen houdt ook in dat iedereen toegang krijgt tot zorg en testing. Voor de duidelijkheid. Er is enerzijds de vraag waar de pandemie kan opduiken. Dat is het epidemiologisch risico dat bijvoorbeeld daklozen maar ook seizoenarbeiders en internationale reizen lopen. En anderzijds is er de vraag wie risico loopt om ernstig ziek te worden. Dat is het medisch risico en dat gaat over ouderen en mensen met een onderliggende ziekte "
We keren terug naar de essentie van ons gezondheidsbeleid. In de 19de en begin 20ste eeuw boekte men de grootste gezondheidswinst door heel hard in te zetten op hygiëne' Pedro Facon
"We willen", vult Facon aan, "komen tot een zeer fijnmazig systeem met een goed test- en opsporingsbeleid om haarden snel te detecteren en in kaart te brengen. Dan kunnen we er equipes heen sturen om de besmetting in te dammen. De basiselementen bestaan al: de gemeenschapsinspectie en de epidemiologische data van Scienscano. Dat moet worden versterkt om lokaler en sneller ingrijpen toe te laten."
Geert Verrijken
Op 18 juni brengt Artsenkrant een 'Special covid-19' uit. Daarin kan u het vervolg van dit dubbelinterview lezen.
Woonzorgcentra als achillespees
Als het ergens misliep tijdens de coronacrisis dan wel in de woonzorgcentra. Een debat ten gronde dringt zich op, stellen Vlieghe en Facon.
Een belangrijke reden waarom het fout ging in de ouderenzorg, is volgens Pedro Facon het gebrek aan coördinatie vanuit één punt, zeker bij de aanvang van de crisis. "En het gaat dan niet over de bevoegdheidsverdeling want ook de ziekenhuizen en de eerste lijn zijn niet zuiver federale of deelstaatbevoegdheid."
Daarnaast stelt hij vast dat ziekenhuizen - "onder meer dankzij de accreditering" - sterker geprofessionaliseerd zijn dan sommige woonzorgcentra. Ook een noodplanning ontbreekt en dus zijn ze minder goed voorbereid op rampen.
Thuissituatie
Erika Vlieghe wijst op de grotere heterogeniteit van de rusthuissector. "Een aantal centra werken bijna volgens ziekenhuisstandaarden, heel professioneel. Er zijn er echter andere. In tegenstelling tot de - klinisch te controleren - ziekenhuizen vormen wzc's een plaatsvervangende thuissituatie. Mensen wonen er de hele tijd. Dat bemoeilijkte al lang voor covid de invoering van infectiepreventie-maatregelen. De sector bengelt wat tussen zorg en welzijn, heeft andere belangen, bezorgdheden en bestaffing dan de ziekenhuizen. Een heel goede zelfanalyse over de toekomst is nodig. Wel moeten we vermijden dat de ouderenzorg nog meer klinisch 'gesteriliseerd' wordt. Eerder luidt de vraag: is een wzc wel de beste woonvorm? Moeten we niet naar kleinere wooneenheden gaan?"
Liasonfuncties
Facon beaamt en stelt vast dat landen die meer hadden ingezet op ouderenzorg in de thuisomgeving daarvan de vruchten plukten. "Maar zelfs als we meer mensen langer thuishouden, dan nog blijven er wzc's bestaan. Vraag is hoe je noodplanning en infectiepreventie en -controle ter beschikking kan stellen van wzc's en de eerste lijn? Samenwerking met de tweede lijn biedt de mogelijkheid om expertise vanuit de ziekenhuizen ter beschikking te stellen."
Een "enorme toekomst" ziet Facon weggelegd voor de ziekenhuisnetwerken. "Daar-mee kunnen liasonfuncties uitgebouwd worden. Vanuit procedures kunnen we bepalen wanneer een wzc, een eerstelijnszone, een instelling voor gehandicapten of jeugdzorg... daarop beroep kan doen. Dat is cruciaal. Want uiteraard zal niet elk rusthuis of elke eerstelijnszone een infectioloog of een infectiepreventie- en -controleteam kunnen aanduiden."
'Is een wzc wel de beste woonvorm? Moeten we niet naar kleinere wooneenheden gaan?' Erika Vlieghe