Hormoontherapie + palbociclib of capecitabine bij hormoonresistente borstkanker?

De fase 3-studie PEARL vergeleek capecitabine met een hormoontherapie + palbociclib bij een recidief van borstkanker tijdens of hoogstens 12 maanden na een adjuvante hormoontherapie of bij een verergering van de tumor tijdens of hoogstens 1 maand na een hormoontherapie voor gemetastaseerde borstkanker.
Aanvankelijk bestond de hormoontherapie uit exemestaan, dus exemestaan + palbociclib (cohorte 1). Aangezien echter vaak resistentie tegen aromataseremmers optreedt door een mutatie van ESR1, werd de studieopzet achteraf gewijzigd en werd exemestaan vervangen door fulvestrant (fulvestrant + palbociclib, cohorte 2).
De hypothese van Miguel Martin et al. was dat de progressievrije overleving (PFS) beter zou zijn met de combinatie palbociclib + hormoontherapie dan met capecitabine. Dat bleek echter niet zo te zijn. De tendens was zelfs beter met capecitabine.
Geen verschil in PFS tussen de twee behandelingen
- in de totale patiëntenpopulatie (cohorte 1+2, n = 601, mediane PFS 7,4 maanden met hormoontherapie + palbociclib versus 9,4 maanden met capecitabine; HR 1,09; p = 0,38);
- in cohorte 2 (n = 305; mediane PFS 7,5 maanden met fulvestrant + palbociclib en 10,0 maanden met capecitabine; HR 1,09; p = 0,54);
- bij de patiënten zonder ERS1-mutatie (cohorte 1+2, n = 393, mediane PFS 8,0 maanden met hormoontherapie + palbociclib [n = 206] versus 10,6 maanden met capecitabine [n = 187]; HR 1,08; p = 0,53).
De resultaten zijn dus ontgoochelend, ook al was het aantal patiënten dat de behandeling heeft stopgezet wegens bijwerkingen, hoger met capecitabine (12,8%) dan met exemestaan + palbociclib (2%) en fulvestrant + palbociclib (5,4%).