Virtuele werkgroep buigt zich over Covid-19-ziekenhuiskosten

De Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen gaat een -virtuele- werkgroep 'extra kosten maatregelen Covid-19' oprichten. Dokter Robert Rutsaert (ASGB/Kartel) vraagt zich daarbij wel af of men oog zal hebben voor de bezorgdheden van de ziekenhuisartsen.
Onder leiding van Katrien Verschoren (Zorgnet-Icuro) plant de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen de oprichting van een nieuwe virtuele commissie over mogelijke financiële compensaties voor de extra kosten die ziekenhuizen maken in het kader van de Covid-19 maatregelen. Bedoeling is parameters en indicatoren voor de extra kosten in kaart te brengen.
Volgens het intern reglement kan elk -effectief en plaatsvervangend- lid vragen om aan een werkgroep deel te nemen. Het bureau van de Federale Raad wil het aantal leden in dit geval echter tot 15 beperken. Anders is een efficiënt gesprek via Skype niet mogelijk.
Geen vergoeding, wel risico
Dokter Robert Rutsaert (ASGB/Kartel) kan erin komen dat ziekenhuizen extra kosten hebben. Maar hij benadrukt ook dat heel wat ziekenhuisartsen de volgende maanden "weinig of geen inkomen zullen hebben." Alle electieve ingrepen en consultaties worden immers afgelast. Daar staat tegenover dat heel wat artsen opgevorderd zullen worden om in te springen op overbelaste diensten. Robert Rutsaert: "Daar staat geen vergoeding, wel risico tegenover. Vraag is of deze bezorgdheid ook kan meegenomen worden door de werkgroep."
Verzekeringscomité
Voorzitter van Kartel, dokter Reinier Hueting, meldt dat deze kwesties ook in het Verzekeringscomite van maandag 16 maart ter sprake kwamen.
"Men kan in ziekenhuizen wel tijdelijke diensten voor intensieve zorg bij creëren om Covid-19-patiënten op te vangen en andere specialisten laten bijspringen, maar hoe gaat men dat allemaal financieel regelen voor de artsen?"
Ook voor de ziekenhuizen vallen overigens inkomsten weg door het schrappen van geplande consultaties en interventies. Hoe gaat men liquiditeitsproblemen voorkomen?
Ten slotte is voor sommige prestaties fysiek contact met de patiënt een vereiste in de nomenclatuur. Wanneer een patiënt een kortdurende zuurstoftherapie beëindigd, en een nieuwe kuur moet krijgen of overgeschakeld worden op een langdurige therapie, dan is er een fysiek onderzoek vereist.
Geldt dat ook nog in de huidige omstandigheden, en hoe gaat men daar dan een mouw aan passen? Dat wordt nu allemaal bekeken.