Het geduld is op

VERVOLG COVER Opvallend is de grote heterogeniteit in arbeidsovereenkomsten tussen aso's en hun stagediensten, concludeert Vaso uit de resultaten van haar bevraging bij 678 Vlaamse assistenten. "Bovendien is het niet zo dat diensten met lage wachtvergoedingen een hoog basisloon aanbieden of vice versa."
De Vlaamse assistentenvereniging komt tot deze vaststelling na analyse van individuele gevallen via de loonbrieven van haar collega's. "Een dergelijke heterogeniteit zorgt alleen maar voor frustraties op de werkvloer", zegt ze. Deze heterogene situatie vloeit op haar beurt voort uit de organisatie van de toekenning van stageplaatsen. In veel gevallen worden assistenten namelijk door de coördinerend stagemeester toegewezen aan een bepaald ziekenhuis. "Artsen in opleiding kunnen met andere woorden vaak niet kiezen in welk ziekenhuis ze tewerkgesteld worden, en bijgevolg aan welke voorwaarden ze dienen te werken", klinkt het.
Naast de lonen en wettelijke arbeidsvoorwaarden, vroeg Vaso haar collega-assistenten naar het aantal vakantiedagen, wetenschappelijk verlof en extralegale voordelen als verzekering, vervoerskosten, ... Wat blijkt? Niet elke assistent heeft (krijgt) het wettelijk bepaalde aantal vakantiedagen; in acht procent van de gevallen worden minder dan 20 vakantiedagen toegekend. Sommige universitaire centra geven extra vakantiedagen als compensatie voor wachtdiensten op wettelijke feestdagen of als compensatie voor het tekenen van de opting out (schriftelijke toestemming die assistent toestemming geeft om het aantal werkuren per week uit te breiden van 48 uur naar 60 uur). Om naar congressen te kunnen gaan, cursussen te volgen, enzovoort krijgen de meeste assistenten extra verlof. Slechts een op de tien aso's (14,5%) geeft aan tijd te krijgen om te kunnen studeren voor examens.
Toestanden die niet kunnen, meent de assistentenvereniging. Daarom wil ze een aantal minimumvoorwaarden voor aso's in de wet laten opnemen
Minimumvoorwaarden
Toestanden die niet kunnen, meent de assistentenvereniging. Daarom wil ze een aantal minimumvoorwaarden voor aso's in de wet laten opnemen, zoals met name een minimum aantal vakantiedagen en wetenschappelijk verlof, maar ook een minimumbasisvergoeding voor een 48-uren - werkweek, een minimum wachtvergoeding (onafhankelijk van het aantal gewerkte uren voor de basisvergoeding) en een minimumvergoeding voor overuren (niet in kader van de wachtdiensten, én berekend op weekbasis (1)).
Vaso vermeldt dat pogingen tot afspraken over deze minimumvoorwaarden in het verleden steeds gestrand zijn zonder akkoord. Volgens de assistenten is de huidige context echter anders, daar sinds 2019 stagemeesters een financiële compensatie krijgen (705,98 euro per maand per aso). Dit zou eventuele financiële tegemoetkomingen voor sommige stagediensten makkelijker moeten maken, aldus Vaso. In eenzelfde adem wijst de vereniging erop dat artsen in opleiding niet vertegenwoordigd zijn in de Nationale Paritaire Commissie Geneesheren-Ziekenhuizen, waar deze minimale (loon)voorwaarden onderhandeld worden... Door afgevaardigden van de ziekenhuizen en artsensyndicaten - vaak stagemeesters. Vaso: "Arbeidsvoorwaarden die alleen door de rechtstreekse werkgever onderhandeld worden, in andere sectoren is zoiets ondenkbaar".
Centrale VZW
Wat de correcte naleving van de arbeidstijd betreft, stelt Vaso een centrale opleidingsovereenkomst voor zoals deze ook bestaat bij de huisartsen in opleiding. Haio's hebben een contract met de vzw Sui waardoor zij allen aan dezelfde voorwaarden vergoed worden. Bijkomend voordeel is dat werktijden, overuren en wachtdiensten centraal geregistreerd en opgevolgd worden. "Zo hebben aso's een duidelijk aanspreekpunt bij eventuele problemen", stelt Vaso.
Sinds 2010 voerde de sociale inspectie bij de artsen in opleiding nog geen enkele controle uit op de Wet op arbeidsduur, meldt de assistentenvereniging nog op basis van een recente parlementaire vraag (2). Volgens Vaso bevestigt deze enquête dan ook haar jarenlange vraag voor een centrale ombudsdienst waar assistenten terechtkunnen met klachten en problemen.
(1) De Wet op arbeidsduur berekent de arbeidsduur op basis van een referteperiode van 13 weken, exclusief vakantiedagen.
(2) Van Frieda Gijbels (N-VA) aan minister van Werk Nathalie Muylle (CD&V), januari 2020.
Assistenten weten het zelf niet
Uit de resultaten van de enquête blijkt dat de Vlaamse assistenten zelf niet altijd op de hoogte zijn van hun rechten en plichten. Vaso legde hen een aantal stellingen voor over hun arbeidsvoorwaarden. Zo denkt 54% van de ondervraagden dat het de verantwoordelijkheid is van de aso om de gepresteerde uren bij te houden, terwijl dit de taak is van de stagedienst. Ook geeft bijna de helft (49%) aan niet te weten ('ik weet het niet') dat de extra uren in kader van de opting out die niet ingevuld worden door wachtdiensten, volgens de wet bijkomend vergoed moeten worden.