Het oncogene gewicht van obesitas

METABOLISME Ondanks jarenlange inspanningen gaat de opmars van obesitas onverminderd verder. De wetenschappelijke literatuur kan het alleen maar vaststellen. In The Lancet Diabetes & Endocrinology van deze maand ligt de focus bij het verband tussen obesitas en kanker, meer bepaald als het lichaamsgewicht vanop jonge leeftijd in het rood gaat.
Na hartziekten en diabetes type 2, kijken onderzoekers met een groeiende bezorgdheid naar kanker als complicatie van obesitas. Roken is momenteel nog altijd de belangrijkste oorzaak van voorkombare sterfte door kanker, met een aandeel van zowat 20%. Maar een rapport van Cancer Research UK uit 2018 schat dat overgewicht en obesitas in het Verenigd Koninkrijk intussen de sigaret voorbijgestoken hebben als oorzaak van kwaadaardige darm-, nier-, eierstok- en levertumoren. Over zowat 20 jaar zal een te hoog lichaamsgewicht bij Britse vrouwen waarschijnlijk zonder meer de belangrijkste oorzaak van kanker worden, vóór roken.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie hadden in 2016 wereldwijd bijna twee miljard mensen een te hoog lichaamsgewicht, iets meer dan een kwart van de wereldbevolking. Bij 650 miljoen van hen was er sprake van obesitas. De VS blijven koploper in de prevalentiestatistiek, maar landen met een laag en gemiddeld inkomen maken een inhaalbeweging. In die landen kijkt de Wereldgezondheidsorganisatie vooral bezorgd naar jonge kinderen. Bijna de helft van de kinderen onder de vijf jaar met overgewicht leeft in Azië en een kwart in Afrika. Toch meldt de OESO dat ook in Westerse landen één op de zes kinderen overgewicht of obesitas heeft (Obesity Update 2017).
Al langer waarschuwt men dat obese kinderen een verhoogd risico hebben om op volwassen leeftijd obees te zijn. En dat ze in dat traject op steeds jongere leeftijd cardiovasculaire ziekte en diabetes ontwikkelen. Maar voor het eerst heeft een studie de incidentie van kanker en de kankersterfte gemeten met een grootschalige, 45 jaar durende follow-up van adolescenten met een te hoog lichaamsgewicht.
Legerdienst
Furer et al. keken naar 2,3 miljoen Israëlische jongeren, die bij het begin van hun legerdienst naar het medisch onderzoek moesten. Ze stelden vast dat een hoge BMI op 17-jarige leeftijd positief gecorreleerd was met een verhoogde morbiditeit en sterfte voor alle vormen van kanker. Met een hoge BMI werd bedoeld: hoger dan het 50ste percentiel. De correlatie was al zichtbaar vóór de leeftijd van 30 jaar.
Oorspronkelijk kwam het verhoogde risico alleen tot uiting bij mannen. Maar na uitsluiten van premenopauzale borstkanker en baarmoederhalskanker trad het ook bij vrouwen op de voorgrond. Premenopauzale borstkanker en baarmoederhalskanker, die samen bij vrouwen de helft van het aantal gevallen van kanker voor hun rekening namen, waren negatief gecorreleerd met de BMI.
De sterkste positieve correlaties betroffen (in dalende volgorde) darm-, slokdarm-, lever-, pancreas- en nierkanker bij mannen. Bij vrouwen ging het leeuwendeel naar darm-, slokdarm-, lever-, galweg- en eierstokkanker. Dit moet toch gezegd: het risico van harten vaatziekten bij een te hoog lichaamsgewicht was hoe dan ook groter dan dat van kanker.
De literatuur reikt voor het verband tussen obesitas en kanker een hele reeks verklaringen aan. Eén van de meest gehoorde is dat obesitas een inflammatoir proces is, terwijl inflammatie het DNA van de cellen kan beschadigen. Daarnaast hebben personen met obesitas vaak verhoogde waarden van insuline en insulin growth factor-1, wat het risico van sommige kankers de hoogte in jaagt. Reken daar nog eens bij dat vetweefsel hormonen produceert, zoals leptine, dat de celproliferatie stimuleert. Ten slotte is vetweefsel een bron van oestrogenen.
Lancet Diabetes Endocrinol 2020; 8: 216-25
Vreemde eenden
Baarmoederhalskanker en premenopauzale borstkanker waren in het Israëlische onderzoek vreemde eenden in de bijt. De meest gangbare hypothese voor het omgekeerde verband tussen de BMI en baarmoederhalskanker is vrij eenvoudig: deze ziekte is gerelateerd aan seksuele activiteit, en die zou bij slanke meisjes anders zijn dan bij hun mollige zusters. Dat slanke vrouwen minder kans hebben op premenopauzale borstkanker, is ook door andere auteurs vastgesteld, maar hier blijft de verklaring duister. Het idee dat zwaarlijvige vrouwen meer anovulatoire cycli hebben, overtuigt niet iedereen als onderliggend mechanisme. Het verband is overigens vastgesteld voor zowel ER-positieve als ER-negatieve borstkanker, wat zou betekenen dat het niet, of niet alleen, met geslachtshormonen te maken heeft. Hoe dan ook, de resultaten van de studie in The Lancet Diabetes & Endocrinology tonen het belang aan van een analyse per subtype kanker. Voorgaande studies hebben in sommige gevallen een globale analyse gemaakt van het verband tussen het lichaamsgewicht en kanker. Als Furer et al. niet in detail hadden gekeken, waren ze tot de conclusie gekomen dat een te hoog lichaamsgewicht het kankerrisico bij vrouwen ongemoeid laat. Quod non.