Slaperigheid is onderschat risico

MOBILITEIT Tijdens een late autorit verkeert één op drie bestuurders in zijn of haar 'biologische nacht'. Daardoor lopen ze 30% meer kans om bij een ongeval betrokken te geraken. Een korte slaappauze en koffie drinken zijn de enige effectieve oplossingen.
In 2019 voerde de VSV (Vlaamse Stichting Verkeerskunde) samen met de lokale en federale politie, en Chrono@Work, een spin-off van de Rijksuniversiteit Groningen, 'slaperigheidsmetingen' uit in het Belgische verkeer. Bij bestuurders die tussen 10 uur 's avonds en 2 uur 's nachts op de baan waren, werd een speekselstaal genomen. De bestuurders kregen ook een gestandaardiseerde vragenlijst (Munich ChronoType Questionnaire en Karolinska slaperigheidsschaal) waarin gepeild werd naar de mate waarin ze zich slaperig voelden.
Biologische nacht
De speekselstalen werden gebruikt om het melatonineniveau te bepalen - een hormoon dat het slaap-waakritme beïnvloedt. Bij een bepaald melatonineniveau weet het lichaam dat het 'biologische nacht' is en dat je eigenlijk zou moeten slapen. Voor onderzoek werd de biologische nacht gedefinieerd als de periode drie uur vóór en drie uur na de hoogste piek in melatonine. De drempelwaarde voor de biologische nacht werd op 7.6 pg/ml melatonine in het speeksel gelegd.
Bij een op de drie gecontroleerde autobestuurders (33%) wees het melatoninegehalte erop dat deze bestuurders in hun biologische nacht reden. Na middernacht was dit zelfs 50%. Er was geen verschil in hoeverre bestuurders in hun 'biologische nacht' reden volgens leeftijd of geslacht.
Zelfoverschatting
Uit de vragenlijst kwam een heel ander beeld: minder dan een op de tien bestuurders gaf toe dat ze zich niet meer alert voelden tijdens het rijden. De onderzoekers besluiten dat een groot deel van de bestuurders die in hun 'biologische nacht' rijden, de eigen alertheid overschat. Een zevental personen (2%) gaf aan dat ze tijdens de rit de neiging hadden om in te dommelen.
Naast rijden in je biologische nacht zijn er nog bijkomende risicofactoren die ervoor kunnen zorgen dat je slaperig achter het stuur zit, zoals een slechte slaapkwaliteit in de voorafgaande nacht of al een lange tijd wakker zijn. Vooral personen die al langer dan 17 uur wakker waren, zaten op basis van hun melatoninewaarden heel wat vaker al in hun biologische nacht.
Koffie en powernap
Er circuleren heel wat oplossingen om slaperigheid achter het stuur te verdrijven, zoals luide muziek opzetten of het raampje opendraaien. Volgens experts is er maar één manier om de alertheid weer op peil te brengen: een kort dutje ( powernap) gecombineerd met een kop koffie. Via een campagne langs de wegen wordt deze remedie onder de aandacht gebracht van bestuurders.

Risico's van vermoeidheid
Volgens onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Europese Unie speelt vermoeidheid een rol in 10 tot 25% van alle ongevallen. Een persoon die rijdt wanneer hij langer dan 17 uur wakker is, heeft een even groot risico op een ongeval als bij een alcoholgehalte van 0,5 promille. Het verhoogde risico is vaak het gevolg van een combinatie van biologische, levensstijl- en werkgerelateerde factoren.
Over het algemeen heeft vermoeidheid invloed op de taakuitvoering door een verminderde alertheid, langere reactietijden, geheugenproblemen, slechtere psychometrische coördinatie en minder efficiënte informatieverwerking. Vermoeidheid heeft ook een effect op taakmotivatie. De communicatie en interactie met de omgeving verslechtert en men raakt sneller geïrriteerd en reageert agressiever op mensen en dingen.
eCall
Nieuwe personenwagens kunnen bij een ongeval automatisch de hulpdiensten verwittigen. Om vals alarm te voorkomen, worden deze oproepen eerst gefilterd. Sinds januari doet beveiligingsfirma G4S dat.
Sinds 31 maart 2018 moeten alle nieuwe wagens in Europa uitgerust zijn met een 'eCall' of SOS-knop. Door op die knop te drukken kunnen de inzittenden de nooddiensten bellen. Het systeem kan ook automatisch de hulpdiensten oproepen wanneer het een mogelijk ongeval detecteert, bijvoorbeeld wanneer de airbags zijn uitgeklapt. Het eCall-systeem stuurt de gps-coördinaten van het voertuig mee, zodat de hulpdiensten meteen de exacte locatie kennen.
Om te voorkomen dat het noodnummer 112 overbelast zou worden door valse oproepen - denk aan kinderen die al spelend op de SOS-knop drukken, of bestuurders die de knop gebruiken om pechverhelping te vragen - bepaalde de Belgische overheid dat de eCalls gefilterd moeten worden door een privéfirma. Sinds januari gebeurt dat ondermeer door beveiligingsfirma G4S, dat daarvoor een licentie ontving. Het bedrijf schakelt een twintigtal opgeleide operatoren in. De operatoren beschikken over telefoonnummers om de dichtstbijzijnde hulpdiensten te verwittigen.
"Onze operatoren zijn opgeleid om het hoofd koel te houden, indien mogelijk de meest cruciale informatie te vragen aan het slachtoffer of ooggetuigen en er voor te zorgen dat de hulpdiensten snel ter plaatse zijn," zegt Julie Viaene, Surveillance Service Expert bij de alarmcentrale van G4S.