Euthanasieproces... en erna
Er bestaat een consensus over het feit dat dit proces een verkeerd antwoord was op een terechte vraag, die slecht omschreven was en dus geen evenwichtig antwoord kon bieden: ofwel werden artsen ten onrechte veroordeeld wegens moord, ofwel ten onrechte vrijgesproken van ontoelaatbare nalatigheden. De jury heeft wegens gebrek aan zekerheden voor het laatste gekozen en het publiek heeft met applaus gereageerd.
De vraag die in feite gesteld was, betrof juist of de artsen hadden gehandeld volgens de letter van de wet van 28 mei 2002. Het lichtzinnig handelen bij de uitvoering is dus niet strafbaar. De euthanasiewet bepaalt wie, wanneer, hoe en waarom men over andermans leven kan beslissen zonder strafbaar te zijn. Deze wet is uitzonderlijk omdat ze zelf een uitzondering is op een eeuwenoud en universeel verbod om te doden, méér nog, zelf al vastlegt wat 'eu' of goed, mild en waardig is... Begrijpelijk dat in heel de wereld alleen de Benelux zich op dergelijk glad terrein begeeft, wetend dat het onvermijdelijk de zin van het leven raakt.
De motivering van de initiatiefnemers ligt op het vlak van de psychologie, die geen positieve wetenschap is: handelingsbekwaamheid, uitzichtloosheid, neutraliteit en ondraaglijk lijden zijn niet in tabellen te vatten en kennen geen scherpe grenzen. Ondraaglijk betekent de onmogelijkheid om iets te dragen, maar misschien kan het met hulp van anderen...Wie kan zich voorstellen dat blinden, in een permanente duisternis levend, niet klagen en zelfs gelukkig zijn, terwijl alleen het zich voorstellen al een nachtmerrie is.
Het euthanasieproces heeft duidelijk aangetoond waarmee men bezig is, maar ook dat het niet kan dat de oorspronkelijke bedoeling van de wet permanent uitgebreid wordt via toevallige regeringen in lopende zaken, zonder een breed debat over vorm en inhoud.
De terminaal en dus stervende die uit het lijden wordt verlost, valt onder dezelfde wetsbepalingen als kinderen, geesteszieken, gehandicapten en weldra dementen, waarbij de zorgverlener als uitvoerder van een wilsbeschikking moet inspringen...
Het euthanasieproces kent dan ook enkel verliezers en pseudo-winnaars:
Tine zelf, die misschien een 'waardige dood' heeft gekregen, maar geen waardige herinnering nalaat en publiekelijk met prostitutie en drugsverslaving op de harde schijf staat.
De familie, die het met Tine zeker niet gemakkelijk had en met suggesties van schuldig verzuim en mogelijks oorzakelijk verband, nog méér bezwaard werd.
De artsen, die na hun inzet voor verbeteren van het leven, hun onmacht moeten toegeven door geen ander (mogelijks) alternatief aan te bieden en er de facto zelf een punt moeten achter zetten.
De geneeskunde en vooral de psychiatrie, die misbruikt wordt voor doeleinden die niet haar opdracht zijn. Empathie en betrokkenheid zijn niet in wetten uit te drukken.
Het gerecht, dat in eerste instantie moet instaan om misbruiken en misdaden te voorkomen en op die manier de maatschappij ten dienste staan. Grenzen bepalen hoort daarbij en bestraffing uiteraard ook, maar wanneer ze zelf (regionaal) de grenzen wil verleggen moet ze de voordelen en nadelen eerst grondig afwegen en naar alle partijen luisteren.
Het publiek, dat als peudowinnaar in feite supportert voor de artsen en ongewild zijn goedkeuring betuigt voor een onvolmaakte wet.
Moge het falen van dit proces bijdragen om de juiste vragen te stellen.
Reacties? akopinie@roularta.be
Ereloonsupplementen
Met interesse las ik het artikel van Geert Verrijken 'In België is de ratio zoek' in AK Hospitals van 19 december 2019. De analyse die door Piet Calcoen gemaakt wordt is correct. Sta me toe erop te wijzen dat ik als arts-anesthesist sinds jaren door het ziekenhuis verplicht word om ereloonsupplementen te vragen. Op mijn uitdrukkelijke vraag om dat niet te doen (de zorg voor een patiënt is immers gelijk op een één- dan wel meerpersoonskamer) werd ik door de hoofdarts en de medische raad terechtgewezen en werd ik gewezen op mijn plicht van solidariteit met de collega's-artsen van het ziekenhuis en het ziekenhuis in het algemeen. Door de structurele onderfinanciering van de ziekenhuizen wordt een deel van de tekorten immers gecompenseerd door de afdrachten op de ereloonsupplementen.
Het is belangrijk te beseffen als ziekenhuisarts dat de ereloonsupplementen extra's zijn en niet behoren tot de eigenlijke erelonen voor prestaties. Ondertussen is de situatie echter gedurende decennia al danig geïnstitutionaliseerd. Hopelijk komt er snel een billijke en redelijke transparante regeling voor de erelonen en de supplementen in het belang van een duurzame sociale zekerheid.