PremiumOncologie

Ibrutinib voor CLL bij oudere patiënten ook op lange termijn de beste optie

photo

In deze open-label, internationale, gerandomiseerde fase 3-studie werd voor de behandeling van CLL, het gebruik in de eerste lijn nagegaan van ibrutinib in vergelijking met chlorambucil bij 269 patiënten, ouder dan 65 jaar. Deze therapie bestond uit 420 mg ibrutinib continu bij 136 patiënten en chlorambucil 0,5-0,8 mg/kg gedurende ≤12 cycli bij 133 patiënten.

Dr. Hubert Claes - 11 december 2019

Wat de progressievrije overleving betreft noteerde men een opvallend beter resultaat met ibrutinib tegenover chlorambucil: (mediane niet bereikt versus 15,0 maanden [95% confidence interval (CI): 10.2-19.4]), met een 85% vermindering van het risico op progressie van de aandoening of overlijden (hazard ratio, 0,146 [95% CI: 0,098-0,218]. Na 5 jaar werden 70% van de patiënten, behandeld met ibrutinib en 12% van deze met chlorambucil beoordeeld als vrij van progressie en nog in leven (HR [95 % CI]: 0,146 [0,098-0,218]).

Slechts acht (6%) van de 136 patiënten dienden de ibrutinibbehandeling te onderbreken omwille van progressie van de aandoening. Deze betere progressievrije overleving ten gevolge van ibrutinib in vergelijking met chlorambucil was aanwezig bij alle patiëntensubgroepen, ook in deze met hoog-risico prognostische kenmerken van TP53-mutatie, chromosoom 11q-deletie (del[11q]), en/of niet-gemuteerde immunoglobulin heavy chain variable region (IGHV) (PFS: HR 0,083 [95% CI: 0,047-0,145]).

De mediane algemene overleving werd niet bereikt, noch in de ibrutinib-, noch in de chlorambucilgroep (HR [95% CI], 0,450 [0,266-0,761]). De geschatte algemene vijfjaarsoverleving bedroeg 83% voor ibrutinib en 68% voor chlorambucil (HR [95% CI]: 0,450 [0,266-0,761]). Dit voordeel van ibrutinib was ook aanwezig in subgroepen met verhoogd prognoserisico: TP53-mutatie, 11q-deletie, en/of niet-gemuteerd IGHV (HR [95% CI]: 0-366 [0-181-0-736]).

Na een mediane follow-up van 5 jaar noteerde men een algemene responsratio (inbegrepen partiële respons met lymfocytose) bij 92% van de patiënten, behandeld met ibrutinib in vergelijking met 37% voor patiënten behandeld met chlorambucil.

De meest frequente bijwerkingen van elke graad ten gevolge van ibrutinib zijn diarree (50%), hoesten (36%), en vermoeidheid (36%). De meest frequente bijwerkingen van graad ≥3 betreffen neutropenie (13%), pneumonie (12%), hypertensie (8%), anemie (7%), en hyponatremie (6%). Het voorkomen van deze nevenwerkingen, en het aanleiding geven tot noodzaak tot vermindering van de dosis of onderbreken van de behandeling, vermindert progressief tijdens het verdere verloop van de behandeling. Op het einde van de studie werd ibrutinib nog steeds door 58% ingenomen.

Burger, J. A., Barr, P. M., Robak, T. et all.: Long-term efficacy and safety of first-line ibrutinib treatment for patients with CLL/SLL: 5 years of follow-up from the phase 3 RESONATE-2 study. Leukemia 2019. Received: 11 April 2019 / Revised: 8 August 2019 / Accepted: 22 August 2019. https://doi.org/10.1038/s41375-019-0602-x

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine