Abdominaal vet en sterfte bij patiënten met colorectale kanker

Nieuw onderzoek wijst op een sterker verband tussen de hoeveelheid vetweefsel in bepaalde lichaamsdelen en een hogere sterfte ongeacht de doodsoorzaak binnen 7 jaar na het stellen van een diagnose van colorectale kanker dan wat in vroegere studies was waargenomen.
Vorsers hebben de gegevens doorgenomen van 3.200 patiënten met een colorectale kanker stadium I tot III die werd gediagnosticeerd tussen 2006 en 2011. De analyse werd einde 2016 afgesloten. Het viscerale en het onderhuidse vet werden gemeten met een CT-scan. Het primaire eindpunt was de sterfte ongeacht de doodsoorzaak.
De curve die de correlatie weergaf tussen de hoeveelheid visceraal vet en de sterfte, had de vorm van een omgekeerde L (niet-lineaire p = 0,02): de curve was plat tot een afbreekwaarde van ongeveer 260 cm² en steeg daarna lineair.
De curve die de correlatie weergaf tussen de hoeveelheid subcutaan vet en de sterfte, was J-vormig (niet-lineaire p < 0,001): het risico was groter bij de extreme waarden (< 50 cm²) en was lager bij de intermediaire waarden (> 50 tot ≤ 560 cm²).
Brown JC et al. The Association of Abdominal Adiposity with Mortality in Patients with Stage I-III Colorectal Cancer. JNCI: Journal of the National Cancer Institute, gepubliceerd op 29 juli 2019. https://doi.org/10.1093/jnci/djz150; https://academic.oup.com/jnci/advance-article-abstract/doi/10.1093/jnci/djz150/5537700?redirectedFrom=fulltext