Nieuwkomer met heilzame effecten op het hart
ENDOCRINOLOGIE De REWIND-studie (Researching cardiovascular Events with a Weekly INcretin in Diabetes) is een internationale, multicentrische, gerandomiseerde, placebogecontroleerde, dubbelblinde studie die de cardiovasculaire effecten van dulaglutide, een GLP-1-receptoragonist (een injectie van 1,5 mg/week), heeft onderzocht bij type 2-diabetespatiënten.
Alle patiënten kregen bovendien de gebruikelijke standaardbehandeling conform de plaatselijke richtlijnen. Het primaire eindpunt was een samengesteld eindpunt van cardiovasculaire sterfte, niet-fataal myocardinfarct en niet-fataal CVA (MACE-3).
Bijna 10.000 patiënten
De REWIND-studie werd uitgevoerd bij 9.910 patiënten van gemiddeld 66 jaar in 24 landen. Van de patiënten waren 54% mannen, de diabetes bestond sinds gemiddeld 10,5 jaar, het mediane HbA1c-gehalte was 7,2%. Alle patiënten vertoonden cardiovasculaire risicofactoren, maar slechts 31% had een cardiovasculaire voorgeschiedenis.
Tijdens een mediane follow-up van 5,4 jaar was de incidentie van eerste optreden van een van de items van het primaire eindpunt significant met 12% gedaald: 594 accidenten in de dulaglutidegroep en 663 in de placebogroep (HR 0,88; 95% BI 0,79-0,99; p = 0,026). De totale sterfte was 12% lager in de dulaglutidegroep en het aantal ziekenhuisopnames wegens hartfalen was 9% lager.
Zeer brede patiëntenpopulatie
Bij subgroepanalyses werden die gunstige effecten teruggevonden ongeacht de leeftijd en het geslacht en zowel bij de 69% patiënten zonder cardiovasculaire voorgeschiedenis als bij de 31% patiënten die gezien cardiovasculaire antecedenten een hoog risico liepen.
Tijdens de follow-upperiode daalde het risico op ontwikkeling van nierinsufficiëntie met 15%. Die resultaten werden behaald zonder stijging van het aantal ernstige bijwerkingen. In de studie werden de bijwerkingen waargenomen die klassiek worden gezien met GLP-1-receptoragonisten (maag-darmproblemen, vaak van korte duur, zoals nausea, constipatie en diarree): 47% in de dulaglutidegroep en 34% in de place-bogroep.
Toeval of niet, het comité ad hoc van het EMA heeft een update van de gegevens over dulaglutide aanbevolen met inclusie van de cardiovasculaire resultaten de dag nadat ze werden gepresenteerd.
Hertzel C Gerstein, Hamilton, Canada, EASD 2019
CONCLUDE had beter een andere naam gekregen
De CONCLUDE-studie is een gerandomiseerde, gecontroleerde studie die insuline glargine U300 heeft vergeleken met insuline degludec U200 bij 1.609 patiënten met type 2-diabetes die onvoldoende onder controle waren met een behandeling met een basale insuline ± orale antidiabetica. De kenmerken van de patiënten bij inclusie in de studie waren vergelijkbaar. Gemiddeld bestond de diabetes 15 jaar, de gemiddelde BMI was 31,5 kg/m2, het gemiddelde HbA1c 7,6% en de gemiddelde nuchtere glykemie > 145 mg/dl.
Het primaire eindpunt was het optreden van een bewezen ernstige of symptomatische hypoglykemie (glykemie < 56 mg/dl) tijdens een periode van 52 weken (periode van verhoging van de dosering van 16 weken en daarna 36 weken onderhoudstherapie). De auteurs zijn daarbij uitgegaan van de hypothese dat insuline degludec U200 het zou halen op insuline glargine U300. Ook werden meerdere secundaire eindpunten geëvalueerd zoals klassiek het geval is in studies die een antwoord zoeken op meerdere vragen. Daarbij werd een vooraf gespecificeerd hiërarchisch model met multipele controles toegepast. Eenvoudig gesteld betekent dit dat een bepaald criterium (n) bij de hiërarchische analyse significant moet zijn voor kan worden gesteld dat er een significant verschil is bij analyse van het criterium (n + 1).
Als dat niet zo is, mag het waargenomen resultaat enkel worden beschouwd als informatie die eventueel kan dienen om een andere studie op touw te zetten. We spreken dan ook van een hypothesegenererende studie.
Helaas
De vaststelling en de bevestiging dat de resultaten die werden geleverd door de gebruikte glucometer (MyGlucoHealth®) en op grond waarvan de insulinedoses werden aangepast, niet overeenstemden met de realiteit heeft ertoe geleid dat de studie werd verlengd tot 88 weken om effectief te komen tot een onderhoudsperiode van 36 weken.
Uiteindelijk bleek insuline degludec U200 niet beter te zijn dan insuline glargine U300. Wel is het zo dat de frequentie van nachtelijke hypoglykemie 37% lager was met insuline degludec U200 en de frequentie van ernstige hypoglykemie 80% lager. Op het einde van de behandeling (88 weken) was het aantal eenheden insuline per dag lager (66,6 E met insuline degludec U200 tegen 73 E met insuline glargine U300). Het HbA1c-gehalte was licht lager (respectievelijk 7,0% en 7,1%) en het gemiddelde gewicht was 2 kg hoger met insuline degludec U200 dan met insuline glargine U300 ( 94,4 versus 92,4 kg).