PremiumArtsenkrant

Goede virussen bestaan ook

photo

IMMUNOLOGIE De hygiënehypothese focust op bacteriën als 'opvoeders' van het immuunsysteem. Maar ook virussen doen hun duit in het zakje. Dat weet Bénédicte Machiels (onderzoekster aan de universiteit Luik), die zopas van het European Research Comittee een starting grant van 1,5 miljoen euro gekregen heeft voor het Virome-project.

3 oktober 2019

Het Virome-onderzoek stoelt op een fundamentele vaststelling: de immuunrespons op een prikkel varieert sterk van de ene persoon tot de andere...

Bénédicte Machiels: Dat klopt. De immuunrespons kan normaal, te heftig of te zwak zijn. Men heeft lang gedacht dat die verschillen grotendeels genetisch bepaald zijn. Intussen is gebleken dat het hooguit om een aandeel van 50% gaat.

In werkelijkheid zijn vooral omgevingsfactoren belangrijk. Mijn onderzoekswerk gaat over de invloed van die omgevingsfactoren op de aangeboren immuniteit, als tegenpool van de verworven immuniteit. Deze laatste vorm houdt in dat het lichaam een specifieke respons ontwikkelt, bijvoorbeeld bij vaccinatie. Bij de aangeboren immuniteit is de respons niet specifiek. Men heeft overigens lang gedacht dat ze niet varieerde na herhaalde blootstelling. Maar intussen is gebleken dat ook de aangeboren immuniteit een geheugen heeft.

Betekent dat nu dat de aangeboren immuniteit wordt beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals virussen?

Inderdaad. In het kader van de hygiëne hypothese hebben studies erop gewezen dat blootstelling aan infectieuze agentia het immuunsysteem kunnen reguleren, maar meestal ging dat over bacteriën. Nochtans hebben ook virussen een belangrijke invloed, al was het maar omdat sommige langdurig in het lichaam aanwezig blijven. En zelfs als ze niet aanwezig blijven, zetten ze de werking van cellen naar hun hand om daar hun voordeel mee te doen. Onze hypothese luidt dat dit op langere termijn gunstig of schadelijk kan zijn voor de gastheer.

Er zouden dus goede virussen bestaan, net zoals er goede bacteriën zijn...

Zeker. Niet alle virussen veroorzaken ziekte. Ons genetisch materiaal is eigenlijk grotendeels afkomstig van virussen. We leven letterlijk met hen samen.

U interesseert zich voornamelijk voor gammaherpesvirussen...

Inderdaad. Het Epstein-Barr-virus, dat mononucleose veroorzaakt, hoort daarbij. Zowat 90% van de bevolking is in het verleden met dat virus geïnfecteerd. Met het Virome-project gaan we twee modellen met elkaar vergelijken.

Het ene model werkt met gammaherpesvirussen, die meestal goed verdragen worden. Het andere model brengt het pathogene respiratoir syncitiaal virus (RSV) in beeld, dat bij de zuigeling ernstige bronchiolitis veroorzaakt. We gaan op zeer lange termijn kijken welke invloed een infectie met deze virussen in het prille leven heeft op het functioneren van het immuunsysteem.

U hebt alvast met preliminair onderzoek aangetoond dat een analoog van het RSV bij de muis de ontwikkeling van astma aanzwengelt, terwijl contact met gammaherpesvirussen in het vroege leven andersom een beschermende werking heeft. Geldt iets dergelijks ook voor andere aandoeningen?

Dat is nu net de hypothese die het Virome-project wil onderzoeken. We hebben een doorslaggevende invloed van virale infecties op de ontwikkeling van astma vastgesteld. Iets gelijkaardigs zou aan de orde kunnen zijn bij andere aandoeningen gerelateerd aan de immuunrespons, zoals de ziekte van Crohn.

Hoewel infecties zoals die met het RSV symptomen veroorzaken in de luchtwegen, vindt het effect op de immuunrespons plaats in het beenmerg, waar de cellen van het immuunsysteem worden aangemaakt. De virale infectie induceert een herprogrammering van het beenmerg. De focus ligt bij de monocyten, die betrokken zijn bij een hele reeks biologische processen. Die monocyten worden mogelijk geherprogrammeerd om hetzij te evolueren naar een schadelijk proinflammatoir profiel, hetzij naar een wenselijk regulerend profiel. Nu is het zo dat monocyten gerekruteerd worden in alle delen van het lichaam, dus ook in de darm.

Zouden we dan de toename van bepaalde immuungerelateerde aandoeningen kunnen toeschrijven aan een minder frequente blootstelling aan virussen in het vroege leven?

Absoluut. Epidemiologische gegevens tonen bijvoorbeeld duidelijk aan dat de seroprevalentie van het Epstein-Barrvirus nog altijd even hoog is als vroeger. Maar we raken steeds later met dat virus geïnfecteerd. Dat zou kunnen betekenen dat het immuunsysteem intussen in contact geweest is met andere micro-organismen en mogelijk op een ongunstige manier beïnvloed is. Waarom we steeds later geïnfecteerd worden? Zoals de hygienehypothese veronderstelt, komt dat omdat we in een steeds properder omgeving leven, die consciëntieus op hygiëne wordt gecontroleerd.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine