Tweede PlanKad brengt artsenactiviteit in kaart

Voor de tweede keer publiceert de Planningscommissie een PlanKad-rapport. PlanKad koppelt het artsenkadaster aan andere databanken om een klaardere kijk te krijgen op de activiteit van artsen. Het tweede rapport analyseert de evolutie van het aantal actieve artsen van 2004 tot 2016.
De FOD Volksgezondheid houdt een administratief kadaster bij van artsen - vooral om de erkenning van artsen te regelen en bij te houden. Dat kadaster bevat heel wat artsen die niet actief zijn in de gezondheidszorg - zoals artsen die met pensioen zijn. PlanKad koppelt het kadaster aan databanken van de Sociale Zekerheid om te achterhalen wie beroepsactief is, en meer bepaald wie actief is in de gezondheidszorg. De eerste keer gebeurde dat in 2014-2015. (De identiteit van de artsen wordt tijdens dit proces verborgen.)
Van zelfstandigen is moeilijk te achterhalen hoeveel uren per week ze met hun werk bezig zijn - in theorie althans is dat een stuk eenvoudiger bij artsen die met een bediendencontract werken. Ook databanken van het Riziv worden aan het kadaster gekoppeld.
Het Riziv weet van elke zelfstandig werkende arts hoeveel prestaties hij in een jaar gefactureerd heeft. Dat wordt in kaart gebracht en vergeleken met een referentiearts: de volledig als zelfstandige werkende arts die qua inkomen precies op de mediaan ligt van de groep collega's tussen 45 tot 54 jaar oud met hetzelfde specialisme. Die arts wordt gelijkgesteld met één VTE. Artsen die meer prestaties leveren werken meer dan één VTE, artsen die minder factureren werken minder dan één VTE.
De bijstaande tabellen bevatten cijfers over het aantal erkende, actieve en in de gezondheidszorg bedrijvige artsen - huisartsen enerzijds, in klinische praktijken bedrijvige specialisten anderzijds. De cijfers zijn opgesplitst per Gemeenschap of per Gewest. Ook wat artsen gemiddeld presteren is meegenomen. (Lees verder onder de tabel.)

PlanKad levert een volledig rapport op voor ieder specialisme afzonderlijk. Er zijn rapporten over huisartsen, pneumologen, kinder- en jeugdpsychiaters, orthopedisch chirurgen, enzovoort. Er zijn daarnaast rapporten over artsen die geen Rizivprestaties factureren, zoals arbeidsartsen en artsen die gezondheidsgegevens beheren. Er is een apart rapport over artsen in opleiding.
De PlanKad-analyse levert een schat aan gegevens op. Het blijft natuurlijk ondanks alle vernuft wat nattevingerwerk - zoals de inschatting van een zelfstandig VTE. Maar zonder nog veel meer administratieve last, voor artsen vooral, zijn preciezere gegevens wellicht onmogelijk. Alleen dat de werkplaats van zelfstandigen nog gelijkgesteld wordt met de woonplaats is op relatief korte termijn misschien voor verbetering vatbaar.
Een greep uit de bevindingen:
- De specialismen met een overschot aan artsen zijn neurochirurgie en gynaecologie. Bij radiotherapeuten (oncologie), radiologen, kinderartsen, cardiologen, gastro-enterologen, pneumologen, chirurgen en anesthesisten is er een risico van overschot. Er is een tekort aan huisartsen, reumatologen, psychiaters, geriaters en gerechtsartsen. Er dreigt een tekort aan algemeen internisten en medisch oncologen.
- Het aantal artsen-specialisten actief in de gezondheidszorg steeg in heel België tussen 2004 en 2016 van 15.419 naar 19.773 (plus 28%). De sterkste stijging zie je in het Vlaamse Gewest: van 7.350 naar 10.031 (plus 36%). Het aandeel van vrouwelijke artsen nam toe van 33% naar 44%. Het aandeel van 60-plussers steeg van 12% naar 20%.
- Het aantal huisartsen actief in de gezondheidszorg in heel België daalde in dezelfde periode van 12.864 naar 12.355 (min 4%). In Vlaanderen zag je een stijging van 6.464 naar 6.924 (plus 7%). Het aandeel van vrouwelijke huisartsen nam toe van 30% naar 41%. Het aandeel van 60-plussers steeg van 12% naar 34%.
- De dichtheid van artsen in de bevolking (per 10.000 inwoners) varieert heel sterk van plaats naar plaats. Het rapport voor huisartsen geeft zelfs de dichtheid per gemeente. In Vlaanderen zijn er 6 gemeenten met minder dan 5 huisartsen per 10.000 inwoners. In het Waalse Gewest zijn er 8. In Brussel telt Sint-Joost-ten-Node volgens het PlanKad 4 huisartsen per 10.000 inwoners. Maar van zelfstandig werkende huisartsen kent de FOD Volksgezondheid alleen de woonplaats - niet de werkplaats.
- Van de 1.818 Nederlandse artsen die in België wonen zijn er 464 werkzaam in de zorg in Vlaanderen. Zij vormen in Vlaanderen de grootste groep buitenlandse artsen. Artsen met Duitse (70) en Britse (24) nationaliteit komen op de tweede en de derde plaats. De Roemeense artsen komen op de vierde plaats in Vlaanderen - er zijn hier 15 Roemenen actief in de zorg (0,09%). Van de 1.825 Franse artsen die in België wonen zijn er 368 actief in de zorg in Franstalig België. De Roemenen vormen over de taalgrens de tweede grootste groep met 195 (1,28%).
- Van de beroepsactieve specialisten werkt 79% als zelfstandige, 14% als werknemer, en combineert 7% een activiteit als werknemer én zelfstandige. Bij de huisartsen werkt 83% louter als zelfstandige, heeft 10% alleen een werknemersstatuut - ook bij de huisartsen combineert 7% activiteiten als beide. Dit zijn cijfers voor heel België