PremiumArtsenkrant

Preventie diabetes type 1 komt dichterbij

photo

KINDERGENEESKUNDE Ondanks intensief onderzoekswerk blijft de pat hogenese van diabetes type 1 al decennialang een hardnekkig raadsel. "En het is zeker nog niet opgelost", zegt kinderendocrinoloog prof. Kristina Casteels (dienst kindergeneeskunde, UZ Leuven). Maar recente resultaten zijn verhelderend en bieden uitzicht op - jawel - preventie.

5 september 2019

Dat treft, want de incidentie van diabetes type 1 stijgt, om redenen die niet helemaal duidelijk zijn. Bovendien komt de ziekte in België bij steeds jongere kinderen tot uiting. Wat ongenaakbaar overeind blijft: diabetes type 1 is een auto-immuunziekte, waarbij de bètacellen van de pancreas vernietigd worden.

Tolerantie-inductie

Intussen weet men dat verschillende types autoantilichamen verschijnen in het kader van de auto-immune aanval, en dit soms zelfs al jaren alvorens diabetes ontstaat. Vaak treden autoantilichamen tegen insuline als eerste op. In internationale studies zag men de seroconversie pieken tussen de leeftijd van 9 maanden en 3 jaar, maar ze doet zich al op jongere leeftijd voor.

"Vandaar de hypothese dat men diabetes type 1 kan voorkómen door het immuunsysteem op jonge leeftijd 'op te voeden', zodat het zich niet tegen insuline en de bètacellen keert", stelt professor Casteels. "Insuline wordt daarbij oraal toegediend. Het hormoon wordt in de darm afgebroken. De epitopen komen in de darmwand in contact met de cellen van het immuunsysteem, die ze op een gunstige manier beïnvloeden. Het principe is vergelijkbaar met de aanpak voor notenallergie: kinderen die op jonge leeftijd noteneiwit krijgen, ontwikkelen op lange termijn minder vaak een notenallergie. Kortom, we streven naar tolerantieinductie."

In het verleden toonden studies al aan dat orale insuline bij dierproeven het ontstaan van diabetes kan voorkómen. Bemoedigende resultaten zijn ook naar voren gekomen uit de Pre-POInT-studie, die werd uitgevoerd bij kinderen tussen 2 en 7 jaar zonder autoantilichamen, maar met een familiale voorgeschiedenis van diabetes type 1. Daaruit blijkt dat het dagelijks toedienen van een hoge dosis oraal insuline (67,5 mg) leidt tot een meer tolerogeen immuunsysteem. Er treedt een verschuiving op van effector T-cellen naar regulatorische T-cellen.

Deze gegevens vormen de basis van de POInT-studie: een placebogecontroleerde dubbelblinde studie, waarbij het concept zal uitgetest worden bij baby's tussen de leeftijd van 4 en 7 maanden met een verhoogd risico van diabetes type 1 (zie ook kader POInT).

Risicoscore

Vooraleer men deze preventiestudie kan uitvoeren, is het belangrijk om kinderen met een verhoogd risico op diabetes type 1 te identificeren. Ook daarrond is een onderzoek gestart: de Freder1k-studie.

In ongeveer 10% van de gevallen treft diabetes type 1 kinderen met een familiale voorgeschiedenis, maar 90% heeft geen familieleden met de ziekte. Een specifieke genetische test werd daarom ontwikkeld: op een paar druppels bloed wordt gezocht naar 46 beperkte genmutaties (SNP's, single nucleotide polymorphisms). De resultaten worden verwerkt in een risicoscore. Kinderen met een risico hoger dan 10% op het ontwikkelen van multipele autoantistoffen tegen de bètacel (en dus diabetes) komen in aanmerking voor preventie met orale insuline. Ter vergelijking: bij de algemene bevolking is het risico 1 op 250. De test is gratis en beschikbaar in centra die deelnemen aan de Freder1k-studie (zie kader Freder1k).

Het principe is vergelijkbaar met de aanpak voor notenallergie: kinderen die op jonge leeftijd noteneiwit krijgen, ontwikkelen op lange termijn minder vaak een notenallergie.
Het principe is vergelijkbaar met de aanpak voor notenallergie: kinderen die op jonge leeftijd noteneiwit krijgen, ontwikkelen op lange termijn minder vaak een notenallergie.

GPPAD

POInt en Freder1k zijn studies opgezet binnen GPPAD (Global Platform for the Prevention of Autoimmune Diabetes). Het gaat om een platform samengesteld door verschillende Europese landen. GPPAD heeft als doel een internationale infrastructuur te bieden aan onderzoek rond de primaire preventie van diabetes type 1 (www.GPPAD.org).

Freder1k

Bij kinderen die geboren worden in een centrum dat deelneemt aan de Freder1k-studie, voert men doorgaans de test samen uit met de standaard neonatale screening. Ouders van andere kinderen kunnen ook in één van deze centra terecht met hun baby, tot de leeftijd van vier maanden. De deelnemende centra zijn: UZ Leuven, Heilig Hart Leuven, OLV Ziekenhuis Aalst en Asse, UZA (Antwerpen), UZ Gent, Imelda ziekenhuis (Bonheiden), AZ Sint-Jan (Brugge), UCL Saint-Luc (Brussel), AZ Diest, AZ Delta (Roeselare), AZ Groeninge (Kortrijk).

POInT

Kinderen die toetreden tot de POInT-studie zullen worden gevolgd in UZ Leuven. Bij het begin van de POInT-studie worden ouders en baby uitgenodigd voor regelmatige onderzoeken met een tussenperiode van 2 tot 4 maanden tot de leeftijd van 18 maanden. Nadien is er een 6-maandelijkse opvolging tot de leeftijd van 3 jaar. Op deze momenten worden ook de autoantilichamen bepaald. Tijdens de 3 jaar follow-up krijgen de deelnemers aan de studie elke dag de inhoud van een capsule met insulinepoeder of placebo.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium lid en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • digitale toegang tot de gedrukte magazines
  • digitale toegang tot Artsenkrant, De Apotheker en AK Hospitals
  • gevarieerd nieuwsaanbod met actualiteit, opinie, analyse, medisch nieuws & praktijk
  • dagelijkse newsletter met nieuws uit de medische sector
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
12 mei 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine