Quizartinib goed alternatief bij recidief FLT3-ITD acute myeloïde leukemie

In deze gerandomiseerde gecontroleerde fase 3-trial, uitgevoerd in 152 centra in 19 landen, werden 367 patiënten met recidief van FLT3-ITD acute myeloïde leukemie ad random behandeld met ofwel quizartinib (60 mg per os eenmaal per dag) (245 patiënten) ofwel met een van de investigatorafhankelijke voorgeselecteerde chemotherapie (122 patiënten), welke voornamelijk bestond uit ofwel subcutaan toegediend cytarabine en intraveneus mitoxantrone en etoposide; ofwel intraveneus granulocyten colony-stimulating factor, fludarabine, cytarabine en idarubicine.
De mediane follow-up bedroeg 23,5 maanden (IQR 15,4-32,3). De algemene overleving was langer in de quizartinibgroep dan in de chemotherapiegroep (HR 0,76 [95 % CI 0,58-0,98]; stratified log-rank test, one-sided p = 0,02). De mediane algemene overleving bedroeg 6,2 maanden (95 % CI 5,3-7,2) voor quizartinib en 4,7 maanden (4,0- 5,5) voor chemotherapie. De geschatte 12-maand overleving was 27% (95% CI 21-32%) voor quizartinib en 20% (95% CI 12-28%) voor chemotherapie.
De meest frequente niet- hematologische graad 3-5 behandelingsgerelateerde bijwerkingen voor quizartinib (241 patiënten) en chemotherapie (94 patiënten) waren sepsis en septische shock (46 patiënten [19%] voor quizartinib versus 18 [19 %] voor chemotherapie), pneumonie (29 [12%] versus acht [9%]), en hypokaliëmie (28 [12%] versus acht [9%]). Bij 44 (18%) patiënten leidden deze behandelingsgerelateerde bijwerkingen tot een onderbreken van de quizartinibbehandeling; de meest frequente oorzaken waren pneumonie (zes patiënten [2%]), intracraniale bloeding (vijf [2%]), graft-versus-host disease (vier [2%]), en sepsis of septische shock (vier [2%]).
De meest frequente zeer ernstige behandelingsgerelateerde bijwerkingen waren febriele neutropenie (18 patiënten [7%]), sepsis of septische shock (11 [5%]), QT-verlenging (vijf [2%]), en nausea (vijf [2%]) in de quizartinibgroep, en febriele neutropenie (vijf [5%]), sepsis of septische shock (vier [4%]), pneumonie (twee [2%]), en pyrexie (twee [2%]) in de chemotherapiegroep. Men noteerde 31 [13%] behandelingsgerelateerde overlijdens in de quizartinib groep en negen [10%] in de chemotherapiegroep.
Vermits quizartinib een betere overleving en evenwaardig veiligheidsprofiel vertoont als klassieke chemotherapie bij recidief van acute FLT3-ITD myeloïde leukemie, dient dit in overweging te worden genomen als de standaardbehandeling.
Cortes, J.E., Khaled, S., Martinelli, G. et all.: Quizartinib versus salvage chemotherapy in relapsed or refractory FLT3-ITD acute myeloid leukaemia (QuANTUM-R): a multicentre, randomised, controlled, open-label, phase 3 trial. Lancet Oncol 2019; 20: 984-97. Published Online June 4, 2019 http://dx.doi.org/10.1016/ S1470-2045(19)30150-0