Pembrolizumab volwaardig eerstelijnsalternatief bij NSCLC

In deze gerandomiseerde, open-label fase 3, multicentrische, internationale (213 centra in 32 landen) studie werden 637 patiënten met een voorheen onbehandeld lokaal uitgebreid of gemetastaseerd, niet-kleincellig longcarcinoom, in de eerste lijn behandeld met pembrolizumab 200 mg om de 3 weken tot een totaal van 35 cycli en 637 patiënten met een platinumgebaseerde chemotherapie, bestaande uit vier tot zes cycli, waarvan de samenstelling afhankelijk was van de voorkeur van de onderzoeker.
De mediane follow-up bedroeg 12,8 maand (IQR 6,0-20,0). Er was een significant verschil wat algemene overleving betreft tussen beide groepen. De mediane overlevingsduur bedroeg in de populatie TPS van 50% of meer 20,0 maand (95% CI 15,4-24,9) in de pembrolizumabgroep versus 12,2 maand (10,4-14,2) in de chemotherapiegroep. In de TPS-populatie van 20% of meer, was dit 17,7 maand (95 % CI 15,3-22,1) in de pembrolizumabgroep versus 13,0 maand (11,6-15,3) in de chemotherapiegroep en in de TPS-populatie van 1% of meer, was dit 16,7 maand (95 % CI 13,9-19,7) in de pembrolizumabgroep versus 12,1 maand (11,3-13,3) in de chemotherapiegroep.
Bijgevolg bedroegen de geschatte percentages van overleving na 24 maand in de pembrolizumab- en de chemotherapiegroep respectievelijk 45% en 30% in de TPS 50% of meer populatie, 41% en 30% in de TPS 20% of meer populatie, en 39% en 28% in de TPS 1% of meer populatie. Dit betekent een significant overlevingsvoordeel voor de pembrolizumabgroep.
Gelijkaardige verschillen werden waargenomen wat betreft de mediane progressievrije overleving : deze bedroeg 7,1 maand (95 % CI 5,9-9,0) in de pembrolizumabgroep en 6,4 maand (6,1-6,9) in de chemotherapiegroep in de TPS 50% of meer populatie, 6,2 maand (5,1-7,8) en 6,6 maand (6,2-7,3) in de 20% of meer populatie, en 5,4 maand (4,3-6,2) en 6,5 maand (6,3-7,0) in de TPS 1% of meer populatie.
Behandelingsgerelateerde bijwerkingen van elke graad traden op bij 399 (63%) van de 636 patiënten in de pembrolizumabgroep en 553 (90%) van de 615 patiënten in de chemotherapiegroep. Behandelingsgerelateerde bijwerkingen van graad 3 of erger werden genoteerd bij 113 (18%) van de 636 patiënten in de pembrolizumabgroep en 252 (41%) van de 615 patiënten in de chemotherapiegroep. Deze behandelingsgerelateerde bijwerkingen hadden een overlijden tot gevolg bij 13 (2%) en 14 (2%) patiënten in de pembrolizumab- en chemotherapiegroepen respectievelijk, en waren een reden tot stopzetten van de behandeling bij respectievelijk 57 (9%) en 58 (9%) patiënten.
Mok, T.S.K.,Wu, Y-L., Kudaba, I. et al: Pembrolizumab versus chemotherapy for previously untreated, PD-L1-expressing, locally advanced or metastatic non-small-cell lung cancer (KEYNOTE-042): a randomised, open-label, controlled, phase 3 trial. Lancet 2019; 393: 1819-30. Published Online April 4, 2019. http://dx.doi.org/10.1016/ S0140-6736(18)32409-7