Socialistisch ziekenfonds lichtjes groter aandeel

De socialistische ziekenfondsen blijven de tweede grootste landsbond. Ze zijn de enige uit de klassieke zuilen die hun aandeel uitbreiden. Grootste blijft de landsbond van de christelijke ziekenfondsen. De cijfers werden ons meegedeeld door Marc Moens (Bvas).
De landsbond van de christelijke ziekenfondsen is anno 2018 nog altijd veruit de grootste. Ze groepeerde vorig jaar 4,6 miljoen leden, tegen bijna 4,5 miljoen in 2008. Maar het aantal leden stijgt minder snel dan het totale aantal gerechtigden - in het ziekenfondslandschap ziet de (L)CM zijn aandeel iets afkalven (zie grafiek).

De christelijke 'zuil' doet het wel beter dan de liberale: de landsbond van de liberale ziekenfondsen verloor de voorbije tien jaar in absolute cijfers leden. In 2008 telde het nog 580 duizend leden en in 2018 nog maar 545 duizend. De liberale ziekenfondsen zijn samen met het ziekenfonds van de NMBS de enige die ook effectief krimpen.
De socialistische ziekenfondsen zijn het enige 'klassieke' ziekenfonds dat zijn aandeel nog ziet groeien - al is dat maar heel lichtjes met nog geen half procent. Ze tellen nu 3,2 miljoen leden tegenover net geen drie miljoen in 2008.
De derde grootste landsbond vormen de onafhankelijke ziekenfondsen (MLOZ) met 2,1 miljoen leden (eigenlijk iets dichter bij 2,2 miljoen) in 2008. Met 239.000 leden meer tegenover 2008 zijn ze de sterkste groeier in absolute aantallen - iets sterker dan de socialistische ziekenfondsen.
Procentueel zijn de neutrale ziekenfondsen (plus 21%) en de hulpkas (HKZIV - plus 37%) de sterkste groeiers. De neutrale ziekenfondsen tellen als landsbond bijna evenveel leden als de landsbond van de liberale ziekenfondsen.
De ledenaantallen werden ons meegedeeld door dokter Marc Moens (Bvas) - de data komen van het Riziv.
Trends op lange termijn
Het aandeel van elk ziekenfonds vertoont maar een geringe verschuiving over tien jaar - alleen bij het christelijke en bij de onafhankelijke ziekenfondsen verschilt het aandeel meer dan één procent.
De evolutie van 2008 tot 2018 ligt evenwel in het verlengde van een langdurige trend. Om dat te illustreren gingen we op zoek naar oudere cijfers. In het Jaarverslag van het Riziv voor 2010 vonden we percentages voor de periode van 1999 tot 2010.
Dit Jaarverslag maakt evenwel een onderscheid tussen de algemene regeling en de regeling voor zelfstandigen. We creëerden eenzelfde grafiek als hierboven met de percentages voor de verzekerden onder de algemene regeling..
AK-WCoVergelijking verzekerenden 1999 en 2010: aandeel van elk ziekenfondsDe percentages in deze grafiek zijn evenwel niet helemaal vergelijkbaar met die in de eerste grafiek - omdat zelfstandigen erbuiten zijn gelaten.
De socialistische ziekenfondsen tellen in verhouding heel wat minder 'zelfstandige' leden, en de onafhankelijke (MLOZ) heel wat meer.
De tendensen in de twee grafieken zijn wel dezelfde (behalve voor HKZIV). Trouwens ook de aantallen van de leden die zelfstandig zijn vertonen in grote lijnen dezelfde evolutie.