Levenseinde nabij, maar toch nog even diagnose stellen

Aan het levenseinde moeten artsen veel meer overleg plegen met terminale patiënten over bijvoorbeeld zware onderzoeken en ingrepen. Dat is een van de aanbevelingen van de Socialistische Mutualiteiten op basis van eigen onderzoek naar (on)gepaste zorgen bij kankerpatiënten. Daaruit blijkt onder meer dat 57% van de kankerpatiënten nog een diagnostische test ondergaat in de laatste maand voor overlijden.
Naast diagnostische tests zijn ook ziekenhuisopnames een vaak voorkomende realiteit bij terminale kankerpatiënten. Tijdens de laatste zes maanden voor overlijden wordt zo'n 88% onder hen opgenomen in het ziekenhuis, in de laatste 30 dagen voor overlijden is dit een op twee (53%). Zeven op de tien (71%) kankerpatiënten brengen in de laatste zes maanden van hun leven nog een bezoek aan de spoed, 33% wordt in de laatste levensmaand nog opgenomen op de spoeddienst, zo stellen de Socialistische Mutualiteiten vast.
Het ziekenfonds onderzocht daarvoor facturatiedata uit de periodes 2008-2010 en 2014-2016 van kankerpatiënten die respectievelijk overleden in 2010 en 2016 en in de twee jaar voor hun overlijden ofwel chemotherapie, ofwel een Multidisciplinair Oncologisch Consult (MOC), en gespecialiseerde palliatieve zorgen kregen. Voor 2010 gaat het om 2.706 overlijdens, in 2016 om 3.373 - dat is respectievelijk 9 en 11% van alle overlijdens in de ledenpopulatie van de Socialistische Mutualiteiten.
"Uit onze ledencontacten en een eerdere bevraging bij Vlaamse hoofdartsen blijkt therapeutische hardnekkigheid een veelvoorkomende realiteit binnen de Belgische gezondheidszorg", zegt Bart Demyttenaere, adviserend arts bij het Nationaal Verbond der Socialistische Mutualiteiten.
De belangrijkste boodschap is volgens dokter Demyttenaere dat de meeste indicatoren ongepaste zorg in gunstige richting evolueren of min of meer stabiel blijven. De berekening van de indicatoren gebeurde in nauwe samenwerking met de onderzoeksgroep 'End-of-life care' (VUB en UGent).
In de periode tussen 2010 en 2016 neemt vooral het krijgen van chemotherapie af in de laatste maand voor overlijden, evenals het nemen van een nieuw antidepressivum in de laatste 90 dagen voor overlijden en het gebruik van cisplatine bij 80-plussers. "Anderzijds ondergaat een iets groter aandeel nog een operatie in de loop van 180 of 90 dagen voor overlijden. Ook krijgen iets meer personen een bloedtransfusie in de laatste maand voor overlijden. Maar vooral de opname op een spoeddienst tijdens de 180, 90 en 30 dagen voor overlijden is tussen 2010 en 2016 verder toegenomen."
Lees verder: Wanneer is zorg gepast/ongepast?