Impact van passief roken op FeNO bij kinderen met astma

Studies suggereren dat passief roken sterk bepalend is voor de hoeveelheid NO in uitgeademde lucht (FeNO) bij kinderen, al zijn objectieve methoden nodig om de blootstelling aan passief roken te meten. In deze studie worden de cotininespiegels in de urine, de FeNO en de FEV1 gebruikt bij kinderen met allergisch en niet-allergisch astma.
In deze prospectieve, niet-interventionele studie werden 140 kinderen (4-17 jaar) met een nieuwe diagnose van astma verdeeld over twee groepen naargelang ze al dan niet passief roken (op basis van een vragenlijst). De kinderen werden eenmaal vóór de studie gecontacteerd. 70 kinderen waren blootgesteld aan tabaksrook en hadden statistisch significant hogere urineconcentraties van cotinine dan de niet-blootgestelde kinderen (10,80 ng/ml versus 1,56 ng/ml; p=0,019). De groep met blootstelling had eveneens een significant gemiddeld lagere FeNO-waarde (22,41 ppb versus 34,99 ppb; p=0,001). De FEV1-metingen waren niet statistisch verschillend.
De FeNO-waarden bij kinderen allergisch voor kattenhaar, gras- of bomenpollen die werden blootgesteld aan tabaksrook, waren eveneens significant lager dan bij de kinderen die niet blootgesteld waren aan tabaksrook.
Dit betekent dat bij de interpretatie van de FeNO-waarde (beschouwd als een maat voor de ontstekingsgraad van de longen) rekening moet worden gehouden met passief roken. En ook kattenhaar-, gras- of boompollenallergie kunnen interfereren met de resultaten.
Bobrowska-Korzeniowska M et al. The effect of passive smoking on exhaled nitric oxide in asthmatic children. Nitric Oxide 2019; epub ahead of print 2019; Feb 16. doi: 10.1016/j.niox.2019.01.012.