Verschil in uitkomst in reële wereld bij longkanker

We hebben soms wel de indruk dat kankerpatiënten het in het reële leven minder goed doen dan in de studies. Maar voor veel kankers is het verschil nooit geobjectiveerd. Een studie onderzocht de verschillen in uitkomst tussen klinische studies en 'real world' in de systemische behandeling van uitgezaaide longkanker.
Alle patiënten met stadium IV van een niet-kleincellig longcarcinooom (NSCLC) binnen een netwerk van zeven Nederlandse ziekenhuizen (Santeon) werden verzameld (2008-2014). Elke patiënt kreeg een efficacy-effectiviteitsfactor (EE-factor) toegewezen, berekend door de totale overleving van de patiënt te delen door de gepoolde mediane totale overleving uit de klinische studies met de respectievelijke behandeling. Zo konden 2.989 gediagnosticeerde longkankerpatiënten worden geïdentificeerd, van wie 41% startte met een eerstelijnsbehandeling.15
Algemeen was de EE-factor 0,77 (95% BI: 0,70-0,85; p<0,001), wat betekent dat de overleving van patiënten met uitgezaaide NSCLC behandeld met chemotherapie of met doelgerichte therapie ongeveer een kwart kleiner is in de reële wereld versus in de klinische studies. Als verklaring voor dit verschil werd aangehaald dat patiënten in de reële wereld niet steeds hun behandelingsplan afwerken en minder vaak een volgende behandelingslijn krijgen. Ook het prestatievermogen (ECOG) van de patiënten speelde een rol. Al konden deze drie factoren slechts 35% van de variatie in EE-factor verklaren.
Cramer-van der Welle CM et al. Systematic evaluation of the efficacy-effectiveness gap of systemic treatments in metastatic NSCLC. ERJ 2018. Published online November 28. DOI: 10.1183/13993003.01100-2018