Aanspreekbaar blijven voor elke partij

Het kan gebeuren dat u in uw praktijk ziet of vermoedt dat een patiënt te maken krijgt met partnergeweld. Hoe maakt u dit bespreekbaar? En naar wie kan u eventueel doorverwijzen?
Partnergeweld kan veel sneller aan het licht komen dan het moment waarop een koppel bij ons terechtkomt voor begeleiding, zegt Guy Van der Vurst. Hij is teambegeleider partnergeweld bij CAW (Centra Algemeen Welzijnswerk) Oost-Vlaanderen.
38.000 meldingen
Partnergeweld is strafbaar in België sinds 1997. Uit de nationale criminaliteitsstatistieken blijkt dat de politie vorig jaar in ons land bijna 38.000 meldingen registreerde van fysiek, seksueel, psychisch en emotioneel partnergeweld.
Van de aanvragen die het CAW Oost-Vlaanderen dit jaar kreeg voor hulp bij partnergeweld, gebeurde zo'n 80 procent op doorverwijzing via de politie, slechts één procent na contact met een arts of spoeddienst. Dat is erg weinig, stelt Guy Van der Vurst vast. Volgens hem kan partnergeweld al vastgesteld worden in de huisartsenpraktijk. Alleen: hoe begin je als arts aan zo'n gesprek, als je ziet dat je patiënt slachtoffer is van partnergeweld?
Taboe
De ervaring leert ons dat koppels het geweld willen stoppen, maar de relatie vaak niet willen opgeven - Guy Van der Vurst
"Het is inderdaad niet evident om dit thema bespreekbaar te maken", weet Van der Vurst. "Het is zo dat slachtoffers en daders het geweld zelden zelf ter sprake brengen." Veel heeft er volgens de hulpverlener mee te maken dat er rond partnergeweld nog grotendeels een taboesfeer hangt.
Zo zouden slachtoffers gemiddeld pas na 35 incidenten aangifte doen bij de politie. Dat betekent dat ze vaak twee jaar in een gewelddadige relatie zitten vooraleer ze hulp zoeken. "Vaak schamen slachtoffers zich over wat hen overkomt", zegt Van der Vurst. Het is met andere woorden aan de zorgverlener om het initiatief te nemen.
De eerste taak als (huis)arts is om signalen te identificeren en in kaart te brengen, klinkt het bij Domus Medica (zie kader). De huisartsenorganisatie bouwde vorig jaar een e-learningmodule 'aanpak van huiselijk geweld', die ondertussen al meer dan 1.000 keer werd aangevraagd. Maar wat als het slachtoffer helemaal niet over het partnergeweld wil praten? Volgens informatie uit de e-learningmodule wachten slachtoffers tot zorgverleners hiernaar vragen. Slechts vier procent van de vrouwen zou dat niet willen."
Meerzijdige partijdigheid
Guy Van der Vurst benadrukt het belang om als hulpverlener neutraal te blijven in communicatie over partnergeweld. "Als je hoort of ziet dat je patiënt slachtoffer is van partnergeweld, roept dat een sterk gevoel van onveiligheid op en wil je natuurlijk helpen. Tegelijkertijd bestaat de kans dat je meegaat in het verhaal van de verteller, en daarbij een kant kiest."
"Het gevolg is dat je de andere partij kan 'verliezen', terwijl je beide personen nodig hebt om het relationeel probleem aan te pakken. De ervaring leert ons immers dat koppels het geweld willen stoppen, maar de relatie vaak niet willen opgeven."
Van der Vurst schuift daarom het concept 'meerzijdige partijdigheid' naar voren: "Dit veronderstelt dat je je bezorgdheid toont aan alle betrokken partijen, en voor elke positie in het conflict begrip opbrengt. Uiteraard is partnergeweld af te keuren, maar door een oordeel te vellen over wie kwetsbaar is en wie schuld draagt, verhinder je dat je aanspreekbaar blijft voor elke partij."
Doorverwijzen
De situatie bespreekbaar maken is één ding. Weten naar welke partij je moet doorverwijzen, is een andere zaak. Er zijn verschillende opties, zegt Guy Van der Vurst. "Veel gebruikte doorverwijspistes zijn de CAW's, of als er ook sprake is van kindermishandeling, het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Er is ook de hulplijn 1712 voor iedereen met vragen over misbruik, geweld en kindermishandeling."
Wat met de politie? Wanneer er sprake is van een heel ernstig, dreigend en nabij gevaar mag een arts zijn beroepsgeheim doorbreken om partnergeweld te melden. De meest gangbare weg is een melding aan de procureur des Konings (artikel 458bis in het Strafwetboek, nvdr)", zegt Tim Opgenhaffen. Opgenhaffen is doctorandus aan het Instituut voor Sociaal Recht (KU Leuven) en volgt er de evoluties inzake beroepsgeheim mee op.
Het is belangrijk om de autonomie en het tempo van de patiënt te respecteren
"Het is belangrijk om meldingen waarin justitie op de hoogte gebracht wordt van een gevaarsituatie of misdrijf te onderscheiden van een overleg over een patiënt. Een overleg over de patiënt is een veel verregaandere inmenging in het beroepsgeheim, dat enkel kan onder artikel 458ter in het Strafwetboek."
Tot slot is het belangrijk om als arts niet te snel naar oplossingen te willen gaan, klinkt het in diezelfde e-learningmodule. Zelfs al zijn artsen opgeleid om problemen te detecteren en meteen aan te pakken. "Huiselijk geweld is een proces van lange adem, het is belangrijk om de autonomie en het tempo van de patiënt te respecteren. Een bekentenis is _ nog _ geen hulpvraag."
Als patiënten dan toch hulp zoeken, krijgen artsen graag feedback over wat er met hun doorverwijzing is gebeurd, weet Van der Vurst. "Het is een kleine moeite om te laten weten dat er contact is opgenomen met de persoon in kwestie en dat een hulpverleningsinitiatief werd opgestart."
CAW Oost-Vlaanderen organiseert op 19 november de workshop 'Praten over partnergeweld', van 13u30 tot 17u in Welzijnshuis Abingdonstraat 99, 9100 Sint-Niklaas. Deelname is gratis. Inschrijven kan via secretariaat.genteeklo@cawoostvlaanderen.be.
Communicatietips
Algemeen (ik-boodschappen lokken minder emotie uit)
-Ik weet dat hierover spreken niet gemakkelijk is... Wat hier gezegd wordt, blijft tussen ons.
-Ik merk dat je aarzelt om hierover te spreken?
-Ik heb het gevoel dat er iets aan de hand is. Ik maak me zorgen over hoe het met jou gaat.
-Ik heb het gevoel dat thuis niet altijd een veilige plek is voor jou.
-Ik merk dat je hier op dit moment niet verder wil op ingaan. Weet dat je altijd welkom bent.
Exploreer de aanmeldingsklacht breed
-Kan je me iets meer vertellen over wat er gebeurd is met je schouder?
-Heb je zelf een idee wat er aan de hand zou kunnen zijn (bij vage klachten)?
-Wat zorgt ervoor dat je nu pas bij mij komt?
Stel neutrale maar expliciete vragen
-Hoe gaat het thuis, zijn er spanningen?
-Heeft iemand u thuis ooit geïntimideerd of bedreigd?
-Heeft iemand u ooit al verplicht dingen te doen die u niet wilde?
Bron: e-learningmodule 'aanpak huiselijk geweld' van Domus Medica. Raadpleegbaar via www.medi-campus.be.