De Block met een goed TB-rapport in New York

Deze week werd bij de Verenigde Naties op het hoogste niveau nagedacht over de strijd tegen tuberculose. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block stelde er woensdag op de Algemene Vergadering het Belgische beleid inzake tuberculose voor. Met recht en reden. We doen het goed.
"Onze aanpak wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie bestempeld als best practice", wist de minister te melden. Meer bepaald heeft de WGO in een recent rapport het label best practice toegekend aan een Belgisch project voor de behandeling en intensieve begeleiding van patiënten met multiresistente tuberculose (MDR-TB).
Omdat dit project het slaagpercentage van de behandeling doet stijgen, besloten de FOD Volksgezondheid en het Riziv in 2014 het uit te breiden naar alle tuberculosepatiënten met een risico van gebrekkige therapietrouw, onder de naam BELTA-DOT. De minister somde in New York de krachtlijnen op:
- Het beschikbaar stellen van een casemanager, die voor iedere patiënt een behandel- en supervisieplan opstelt.
- Ondersteunende interventies, zoals huisbezoek, telefonisch contact en begeleiding op het medisch consult.
- Het uitreiken van beperkte financiële incentives, zoals aankoopbonnen, in ruil voor therapietrouw.
Deze maatregelen deden het slaagpercentage van de behandeling in een paar jaar tijd stijgen naar 87,4%, waardoor het internationale streefcijfer (85%) voor het eerst werd gehaald. "Onze resultaten bevestigen het belang van een universele dekking voor gezondheidszorg", zei de minister nog. In België is diagnose en behandeling van tuberculose gratis, ook voor mensen zonder papieren en/of sociale ziekteverzekering.
Lees meer over BELTA-DOT in Artsenkrant van vandaag.