Wachtposten stellen vaak infectieziekten vast

Ontstekingen van de bovenste luchtwegen zijn de meest gestelde diagnose in huisartsenwachtposten; antibiotica worden het vaakst voorgeschreven. Dat althans blijkt uit het eerste volledige jaarverslag over 2017 van de databank iCare, een project van het centrum voor Huisartsgeneeskunde van de UAntwerpen.
Bij iCare zijn negen wachtposten aangesloten, de apothekersvereniging KAVA en de spoeddiensten van het UZ Antwerpen en AZ Monica. De databank verzamelt gegevens over patiënten buiten kantooruren. Met name: geboortejaar, postcode, leeftijd, geslacht, reden van contact met huis- of spoedarts, diagnose en voorgeschreven behandeling.
Veel jonge kinderen
Dit in oorsprong Antwerpse project deinde inmiddels uit naar de Kempen en Vlaams-Brabant, een regio van 1.127.153 inwoners. Vorig jaar, zo leert het jaarverslag, gingen 69.199 verschillende mensen langs in één van de wachtposten, goed voor 6,14% van de inwoners. Vooral kinderen tussen 0 en vier jaar zijn sterk vertegenwoordigd.
In totaal registreerde men 81.530 patiëntencontacten. De piekuren van de wachtposten situeren zich op zaterdag en zondag tussen 9 en 14 uur. Tussen 10 en 11 uur in de voormiddag hebben telkens 10% van het totale aantal patiëntencontacten plaats. Tussen middernacht en 6 uur 's morgens zijn er weinig patiëntencontacten.
78.575 geneesmiddelenvoorschriften
De vijf meest gestelde diagnoses in de deelnemende wachtposten zijn acute infecties van de bovenste luchtwegen, veronderstelde infectie gastro-enteritis, acute bronchitis/bronchiolitis, cystitis/andere urineweginfecties en influenza.
In 2017 maakten de deelnemende artsen 78.575 geneesmiddelenvoorschriften. Het gaat om een opvallend hoog aantal voorschriften voor antibiotica. Dat wordt verklaard door de hoge frequentie van infectieziekten. Ook pijnstillers schrijven artsen in wachtposten frequent voor, vooral paracetamol.
Griep
Een vergelijking van het aantal griepregistraties in de wachtposten met de gegevens van de peilpraktijken van het WIV leert dat de curves nagenoeg gelijklopend zijn. Wel beschikt iCare al meteen na het weekend over de gegevens; een week later bevestigt het WIV de evolutie. Beide databanken zijn dus complementair.