Impulscontrolestoornissen uitgelokt door parkinsonbehandeling

In een studie vertoonde bijna de helft van de parkinsonpatiënten die dopaminerge agonisten kregen, tijdens een follow-up van vijf jaar impulscontrolestoornissen. Die blijken frequenter te zijn dan wat algemeen wordt aangenomen, en hangen sterk af van de dosering en de duur van de behandeling. Ze zijn evenwel reversibel na stopzetting van de behandeling.
Deze longitudinale studie werd uitgevoerd bij 411 parkinsonpatiënten (40,6% vrouwen, gemiddelde leeftijd 62,3 jaar) in meerdere Franse universitaires ziekenhuizen en ziekenhuizen in Ile de France. 356 (86,6%) patiënten werden behandeld met dopaminerge agonisten.
Hoger cijfer
De patiënten werden gedurende vijf jaar gevolgd door een neuroloog, die jaarlijks de ziektesymptomen, de behandeling en eventuele gedragsstoornissen evalueerde.
Bij inclusie vertoonde 19,7% van de patiënten al impulscontrolestoornissen zoals dwangmatig eten (11%), hyperseksualiteit (9%), dwangmatig koopgedrag (5%) en spelverslaving (4%). Na vijf jaar vertoonde 32,8% van de patiënten dergelijke stoornissen.
Bijna de helft (46%) van de 306 patiënten die bij inclusie in de studie geen impulscontrolestoornissen vertoonden, heeft er gekregen tijdens de follow-up. Dat cijfer is ruim hoger dan eerdere ramingen (ongeveer 15%). 51,5% van de patiënten die werden behandeld met dopaminerge agonisten, heeft tijdens de follow-up impulscontrolestoornissen ontwikkeld tegen slechts 12,4% van de patiënten die er nooit hebben gebruikt.
Aandachtig opvolgen
Die bijwerkingen stegen met de dosering en de duur van inname van de dopamineagonisten, maar verminderden geleidelijk na stopzetting van de behandeling.
De auteurs stellen de werkzaamheid van die geneesmiddelen niet ter discussie, maar gezien de resultaten van hun onderzoek raden ze toch aan dergelijke patiënten aandachtig en regelmatig te volgen op het optreden van impulscontrolestoornissen.