Allergeenspecifieke immuuntherapie bij kinderen met astma

De behandeling van allergisch astma bestaat uit blootstelling aan allergenen vermijden, symptomatische farmacotherapie en allergeenspecifieke immuuntherapie. De auteurs geven een samenvatting en update van het bewijsmateriaal (van 2005 tot 2017) over de doeltreffendheid en de veiligheid van subcutane en sublinguale immuuntherapie (SCIT en SLIT) bij kinderen (≤ 18 jaar) met allergisch astma.
In 2013 hadden dezelfde auteurs al een systematische review gepresenteerd. De studies die daarin waren opgenomen, werden nu opnieuw geëvalueerd. Voor de evaluatie van de doeltreffendheid werden alleen RCT's geïncludeerd, voor de veiligheid konden ook niet-RCT's studies worden geselecteerd. Dat leverde in totaal 17 SCIT-studies en elf SLIT-studies, acht niet-RCT's voor SCIT veiligheid en vier niet-RCT's voor SLIT veiligheid.
Een matig tot sterke evidentie werd gevonden voor een vermindering op lange termijn van het gebruik van astmamedicatie met SCIT. De evidentie dat SCIT de astmagerelateerde levenskwaliteit en de FEV1 verbetert is evenwel zwak. Ook voor SLIT is de evidentie zwak wat betreft beter medicatiegebruik en FEV1. Bewijzen voor een effect op de astmasymptomen en het gebruik van gezondheidszorg zijn onvoldoende.
De auteurs wijzen wel op een belangrijke beperking: in geen enkele studie werden de astmasymptomen geëvalueerd met een gevalideerde schaal. De rapportering van studiekenmerken en uitkomsten was zeer heterogeen.
Daardoor zijn de auteurs voorzichtig in hun besluit: SCIT kan het gebruik van astmamedicatie op lange termijn verminderen. Lokale en systemische allergische reacties zijn frequent, maar anafylaxie werd zelden gerapporteerd.
Rice JL et al. Allergen-Specific Immunotherapy in the Treatment of Pediatric Asthma: A Systematic Review. Pediatrics Mar 2018, e20173833; DOI: 10.1542/peds.2017-3833.