Risicofactoren voor laattijdige niet-infectieuze longcomplicaties na HSCT

De epidemiologische gegevens over laattijdige niet-infectieuze longcomplicaties na allogene hematopoëtische stamceltransplantatie (HSCT) komen meestal uit retrospectieve studies en zijn niet uniform. In deze Parijse studie werden de incidentie, de risicofactoren en de uitkomst prospectief geëvalueerd.
Van de 243 opeenvolgende HSCT-patiënten (van 2006 tot 2008 in het Hôpital Saint-Louis, nog in leven op dag 100) die werden gescreend, konden er 198 worden geïncludeerd in de studie. De mediane follow-up was 72,3 maanden (15,2-88,5). Bij 43 patiënten in totaal konden 55 laattijdige niet-infectieuze longcomplicaties worden gediagnosticeerd. Het frequentst waren het bronchiolitis obliterans syndroom (n=22) en interstitiële longziekte (n=12). Drie jaar na inclusie werd de cumulatieve incidentie van laattijdige niet-infectieuze longcomplicaties ingeschat op 19,8% (14,2-25,3), met een mediane overleving na de diagnose van 78,5 maanden (20,0 tot niet bereikt).
Risicofactoren voor het ontwikkelen van laattijdige niet-infectieuze longcomplicaties die naar voor kwamen, waren: thoraxbestraling vóór de HSCT, een pneumonie in de 100 dagen na de HSCT, en een lage gemiddelde geforceerde uitademing tussen 25% en 75% van de geforceerde vitale capaciteit op dag 100.
Patiënten met een verhoogd risico op laattijdige niet-infectieuze longcomplicaties moeten van nabijer worden opgevolgd, en vroeger of profylactisch worden behandeld.
Bergeron A et al. Noninfectious lung complications after allogeneic haematopoietic stem cell transplantation. Eur Resp J 2018; published online April 12. DOI: 10.1183/13993003.02617-2017