Conventiestatus artsen: business as usual

De conventie voor dit en volgend jaar wordt onderschreven door 84,29% van de artsen. Dat is uiteraard ruim voldoende. Bij de huisartsen loopt dat zelfs op tot 89,49% . Het Riziv maakte de cijfers vandaag bekend. De (de)conventiecijfers zijn vergelijkbaar met vorige tellingen.
Tussen 13 februari en 15 maart hadden artsen de mogelijkheid om het eind vorig jaar afgesloten akkoord artsen-ziekenfondsen voor 2018-2019 (gedeeltelijk) op te zeggen. Het Riziv heeft de telling van de toetredingen en weigeringen nu beëindigd.
Status-quo
Ten opzichte van vorige conventies verandert er weinig. In 2017 traden 86% en in 2016 84% van de artsen toe tot het akkoord. Met 84,29% trekt 2018 de lijn van de vorige jaren gewoon door. Ook traditiegetrouw is het dat de deconventiecijfers wat hoger liggen bij huisartsen (89,49%) dan bij specialisten (81,03%). Evenals in het verleden zijn de toetredingen het laagst in het Brussels gewest. Daar conventioneerde 82,07% van de huisartsen en 82,70% bij de specialisten. Bij de Vlaamse huisartsen liggen de conventiecijfers op 92,60% en bij hun Waalse collega's op 87,27%.
Plastische heelkunde
Vlaamse specialisten deconventioneren het meeste -'slechts' 78,60% is toegetreden tot het akkoord. In geriatrie, acute en urgentiegeneeskunde, oncologie, interne geneeskunde en endocrinologie-diabetologie, klinische biologie, radiotherapie, nucleaire geneeskunde, anesthesie-reanimatie, pneumologie en pathologische anatomie liggen de toetredingen tot het akkoord boven de 90%. Het minste toetredingen, lager dan 50%, zijn er in de specialismen dermato-venereologie, oftalmologie en plastische heelkunde.