Exclusiecriteria voor longembolie bij laagrisicopatiënten

Kan de diagnose van longembolie op spoed veilig worden uitgesloten bij patiënten met een laag risico op longembolie door gebruik van de PERC (Pulmonary Embolism Rule Out) criteria? Dat werd uitgetest in een Franse non-inferioriteitsstudie van augustus 2015 tot september 2016.
In 14 spoeddiensten werden 1.916 opeenvolgende patiënten met een vermoeden van longembolie via clusterrandomisatie opgedeeld in een PERC-group (n=961) en een controlegroep (n=954).
De PERC-criteria bestaan uit acht klinische tekens: arteriële zuurstofsaturatie ≤94%, hartslag >100/min., leeftijd ≥50 jaar, unilaterale zwelling van een been, hemoptyse, recente chirurgie of trauma, antecedenten van longembolie of DVT en exogeen oestrogeengebruik. PERC-negatief komt overeen met een prevalentie van longembolie <1%. De kostenbatenratio van verdere onderzoeken werd in dit geval als ongunstig beschouwd. Bij PERC-positief werd de gebruikelijke diagnostische strategie gevolgd: eerst D-dimeertest, daarna indien positief, CT-longangiografie (CPTA).
Een longembolie bij opname werd gediagnosticeerd bij 2,7% in de controlegroep versus 1,5% met PERC. Dat is een verschil van 1,3% en ligt onder de inferioriteitsmarge die op 1,5% lag. In de follow-up van drie maanden werd nog één longembolie (0,1%) gediagnosticeerd met PERC versus 0% in de controlegroep. In de PERC-groep werd bij 13% een CTPA uitgevoerd, versus bij 23% in de controlegroep (p<0,001 voor het verschil). Patiënten in de PERC-groep bleven ook significant minder lang op spoed en gehospitaliseerd.
Bij patiënten met een laag risico op longembolie zijn de PERC-criteria op spoed dus een veilige manier om longembolie uit te sluiten.
Freund Y et al. Effect of the Pulmonary Embolism Rule-Out Criteria on Subsequent Thromboembolic Events Among Low-Risk Emergency Department Patients. The PROPER Randomized Clinical Trial. JAMA 2018;319(6):559-566. Doi:10.1001/jama.2017.21904.