Osimertinib bij gevorderd NSCLC doet het goed

In deze dubbelblinde fase 3-studie vergeleken de auteurs de doeltreffendheid van een derde generatie irreversibele EGFR-TKI, osimertinib, met de reversibele eerste generatie EGFR-TKI, gefitinib of erlotinib, bij 556 naïeve patiënten met EGFR-mutatie (exon 19 deletie of L858R) bij een gevorderd NSCLC.
De patiënten kregen 80 mg osimertinib per dag of een van beide standaardmedicaties, 250 mg/dag gefitinib of 150 mg/dag erlotinib. Primair eindpunt was progressievrije overleving (PFS), bepaald door de onderzoeker.
De mediane PFS was significant beter met osimertinib (18,9 maanden versus 10,2 maanden met de standaardmoleculen; HR voor ziekteprogressie of dood: 0,46; 0,37-0,57; p<0,001). Het percentage objectieve responsen was vergelijkbaar (80% versus 76%), al duurde de mediane respons met osimertinib langer (17,2 maanden versus 8,5 maanden). De data zijn nog immatuur om al een overlevingsvoordeel te kunnen aantonen. Na 18 maanden zijn 83% van de patiënten onder osimertinib en 71% van de patiënten onder gefitinib of erlotinib nog in leven (HR voor dood 0,63; niet-significant voor de interimanalyse).
Dit is dus een molecule die doeltreffender is dan de nu gebruikte standaarden met een vergelijkbare veiligheid en bovendien minder nevenwerkingen van graad 3 of meer (34% versus 45%).
Soria JC et al. Osimertinib in Untreated EGFR-Mutated Advanced Non-Small-Cell Lung Cancer. N Engl J Med 2018; 378:113-125. http://www.nejm.org/doi/pdf/10.1056/NEJMoa1713137