Aantal onderzoeken medische beeldvorming stijgt

In 2006 onderging 53,1% van de Belgen een onderzoek medische beeldvorming (RX, MRI, CT, scintigrafie...). Tien jaar later, in 2015, was dit percentage opgelopen tot 56,8% van de bevolking. Opvallend is dat het volume daalt bij de radiologen en stijgt bij andere artsen-specialisten (connexisten).
Dat alles blijkt uit nieuwe gegevens gepubliceerd in de atlas van het Intermutualistisch agentschap -waarin alle ziekenfondsdata worden samengebracht. In 2015, zo tonen de statistieken aan, onderging 51,2% van de Brusselaars, 55,1%, van de Vlamingen en 58,1% van de Walen een onderzoek medische beeldvorming. Vergeleken met 2006 stijgen de cijfers enkel in Brussel niet. Bijna alle types onderzoeken gebeuren in het onderzochte decennium meer op een stijgend bevolkingsaandeel. Uitzondering op de regel vormen de technieken RX en scintigrafie.
CT- en MRI-scans als aandachtspunt
Het IMA wijst op 'een aandachtspunt voor het beleid', met name de statistieken over CT- en MRI-scans. "Bekend uit de OESO-cijfers," aldus het IMA, "is dat er teveel van beide prestaties gebeuren. MRI-scans zijn minder schadelijk op het gebied van bestraling dan CT-scans. De bestaande en goedgekeurde toestellen zijn druk bezet. Om wachttijden te beperken en het volume CT-scans te verminderen werden -vooral bij ziekenhuizen die er nog geen hadden- extra MRI-toestellen geïnstalleerd. Toch stijgt het aantal personen met een CT-scan nog altijd -van 10,3% in 2006 naar 12,6% in 2015. De stijging in het gebruik van MRI-scans ging van 3,9% in 2006 naar 7,1% in 2015.