Betere diagnose van lymfeklieraantasting bij NSCLC

Met endo-echografie slaagt men er niet in om met voldoende zekerheid N2-aantasting bij niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) te detecteren (sensitiviteit van 38%), terwijl een vierde van de patiënten met cN1-aantasting, op basis van PET-CT, occulte mediastinale lymfeklieraantasting heeft (N2). Doet preoperatieve mediastinale stadiëring met videogeassisteerde mediastinoscopie (VAM) of VAM met lymfadenectomie (VAMLA) het beter?
Dit werd in een prospectieve multicenter studie onderzocht door 105 opeenvolgende patiënten met operabel en (vermoedelijk) reseceerbaar NSCLC (cN1 op basis van PET-CT) te onderwerpen aan VAM al of niet met lymfadenectomie. Bij 26% van hen werd uiteindelijk een N2-longkanker gevonden.
In eerste instantie werd gekeken naar de sensitiviteit van VAM(LA) in het detecteren van N2-ziekte. Deze was 73% met een negatief predictieve waarde van 92% en een accuraatheid van 93%. Het gemiddelde aantal lymfeklierenstations dat met VAM(LA) kon worden gecheckt was vier (IQR 3-5) en in 96% van de gevallen werden minstens drie stations onderzocht.
Met een sensitiviteit van 73% zou deze techniek wel eens de voorkeurstechniek kunnen worden voor het bepalen van de mediastinale lymfeklieraantasting vóór resectie, als we weten dat één patiënt op de vier met negatieve PET-CT toch positieve mediastinale lymfeklieren zal hebben.
Decaluwé H et al. Mediastinal staging by videomediastinoscopy in clinical N1 non-small cell lung cancer: a prospective multicentre study. European Respiratory Journal 2017; 50: 1701493. DOI: 10.1183/13993003.01493-2017.