Wat is het vrij aanvullend pensioen waard?

Op 65-jarige leeftijd, na 40 jaar werken, kan dokter Eddy Deveneyns alvast beginnen te genieten van een aanvullend pensioen. Daarvoor levert hij al 35 jaar bijdragen - maar wat dat hem uiteindelijk opbrengt, laat hem beteuterd achter.
Dokter Deveneyns werkte 35 jaar tegen de afgesproken tarieven en investeerde de Riziv-bijdragen die hij in ruil ontving in een Sociaal Vrij Aanvullend Pensioen bij Amonis vzw. Bij een SVAP wordt een deel (10%) van de bijdrage doorgestort naar een solidariteitsfonds - dat een dekking biedt tegen inkomensverlies. Voor de Riziv-bijdrage is dat een verplichting.
Van pensioenkapitaaltje naar lijfrente
Vooral de laatste jaren legde Deveneyns daar nog wat geld bovenop. Dat levert hem een mooi kapitaaltje op. Daar gaat al meteen een stuk af. Vijf procent van dit kapitaal moet Eddy Deveneyns tien jaar lang aangeven als fictief inkomen. Als hij zijn aanvullend pensioen opneemt als een maandelijkse 'rente' moet hij levenslang nog eens 3% van het kapitaal aangeven als fictief inkomen. Op dit fictieve inkomen moet hij belasting betalen.
Van de maandelijkse rente die hij van zijn kapitaal kan krijgen, houdt hij zo nog geen 40% over, berekent hij. De eerste tien jaar tenminste - daarna moet hij geen 5% fictief inkomen meer aangeven. Als hij het hele kapitaal ineens opneemt, moet hij ook niet levenslang 3% fictief inkomen aangeven.
Zelf beleggen?
De teleurstelling voor de dokter is groot - 40 jaar praktijk voeren, lange werkdagen, wachtdiensten in het weekend doen, dag en nacht beschikbaar zijn. Eddy Deveneyns engageerde zich voor zijn collega's en was onder meer 13 jaar lang voorzitter van een grote huisartsenkring. Hij zit met dezelfde frustraties als veel andere huisartsen: druk van de administratie, het 'veeleisende' e-health,...
Amonis stond voor hem gelijk met solidariteit. Maar hij stelt zich nu nogal wat vragen bij een pensioenfonds. Om echt het inkomensverlies bij zijn pensioen wat te compenseren had hij, tegen de geldende voorwaarden, een veel groter kapitaal moeten bijeensparen. Om de belastingen op zijn kapitaal te compenseren, kan hij het beter ineens opnemen, denkt hij, en een goede belegging zoeken die de belasting op de 5% fictief inkomen ongedaan maakt.
Zijn jongere collega's geeft hij de raad de Riziv-bijdrage te gebruiken voor een gewaarborgd inkomen, en verder zelf hun geld te beleggen of te investeren in vastgoed - en om het niet in een pensioenfonds te steken voor een aanvullend pensioen.
Amonis reageert
Amonis wil niet dieper ingaan op de gegevens van dokter Deveneyns - behalve met hemzelf. De fiscaliteit die van toepassing is op het pensioenkapitaal van dokter Deveneyns, is inherent aan de tweede pensioenpijler, stippen ze aan. Deze regels gelden voor ieder pensioenfonds.
Amonis probeert een zo hoog mogelijk rendement te behalen op een veilige manier, benadrukt het. De beste manier voor artsen om een teleurstelling te voorkomen is om vroeg met de pensioenopbouw te beginnen en daar voldoende geld voor opzij te zetten.
Om het meest geschikte pensioentype te kiezen, is het beter een diepgaand gesprek te voeren met een gespecialiseerde fiscalist - zo beveelt Amonis nog aan.
Riziv-bijdrage na 65 jaar
Artsen die na 1 januari 2016 met pensioen gingen, maar daarnaast een activiteit behouden als huisarts en zich daarbij aan de afgesproken tarieven houden, moeten hun aanvullend pensioen opnemen, en kunnen de Riziv-bijdrage niet meer gebruiken voor verdere opbouw daarvan.
Amonis spreekt de beschuldiging tegen dat het pensioenfonds daar niets zou hebben tegen ondernomen. Maar het overleg heeft (nog) niets opgeleverd.
Verschillende artsen die in dit geval verkeren, blijven ondertussen aandringen op duidelijkheid van het Riziv over wat ze voor hun 'sociaal statuut' moeten doen. Het bedrag zal hen worden uitgekeerd. Maar in welke vorm ze dit sociaal voordeel krijgen, is nog steeds niet bekend. Ondertussen is de maand december begonnen. Artsen die voor 1 januari 2016 hun wettelijk pensioen opnamen maar verder actief bleven, hebben dit probleem niet. Is dit de toepassing van het gelijkheidsprincipe, vraagt dokter Deveneyns zich af.