Slokdarmstent voor dysfagie vermindert de prognose

In deze retrospectieve studie werden de gegevens nagegaan van 103 opeenvolgende patiënten welke een intentioneel curatieve chemoradiotherapie ondergingen voor een locoregionaal uitgebreid slokdarmcarcinoom. Bij 28 van hen werd er voor of tijdens de chemoradiotherapie een stent ingebracht.
De mediane behandelingsdosis voor alle patiënten was 50,4 Gy. Acute toxiciteit (graad > of = 3) werd waargenomen bij 71% van de stentpatiënten en bij slechts 27% van deze bij wie geen stent werd ingebracht (p < 0,01). De nevenwerkingen bestonden voornamelijk uit oesophagitis (39% versus 20%; p = 0,05), deshydratatie (29% versus 13%; p = 0,07), en anorexia (14% versus 5%; p = 0,13). De enige significante predictor van acute toxiciteit bij multivariabele analyse was oesophagale stenting (odds ratio 8,1; p < 0,01).
Van de 103 patiënten ondergingen 29% van de gestente en 51% van de niet-gestente patiënten een oesofagectomie. Bovendien vertoonden de gestente patiënten een minder goede mediane overleving, vergeleken met de niet-gestente (11,5 maand versus 22,0 maand; hazard ratio 2,3; p = 0,016).
Oesofagiale stenting bij patiënten die chemoradiotherapie ondergaan omwille van oesophaguskanker, is dus geassocieerd met een significant hogere acute toxiciteit, minder kans op oesofagectomie en een slechtere overleving.
Francis S.R. et al:Toxicity and Outcomes in Patients With and Without Esophageal Stents in Locally Advanced Esophageal Cancer. Int J Radiation Oncol Biol Phys, Vol. 99, No. 4, pp. 884 - 894, 2017. http://dx.doi.org/10.1016/j.ijrobp.2017.06.2457. Received Oct 31, 2016, and in revised form May 25, 2017. Accepted for publication Jun 19, 2017.