'Groenboek gaat al in goede richting'

Het Groenboek van minister De Block (over het 'budgettaire rugzakje' voor aso's) is een stap in de goede richting. Dat zegt Bvas in een persmededeling die mede door het VGSO en VASO is ondertekend.
De Bvas en de geneeskundestudenten (Vlaams Geneeskundig StudentenOverleg en Vereniging voor Artsen-Specialisten in Opleiding) vragen wel nog meer verduidelijking - maar stellen in de persmededeling vooral enkele eisen.
Voor de interadministratieve structuur die de financiering van de pedagogische stagebegeleiding zou moeten instaan, vragen ze een paritair beheer: niet alleen met de FOD Volksgezondheid en het Riziv samen, maar ook met de artsensyndicaten en de studentenvertegenwoordigers.
De voucher - het bedrag dat aso's meekrijgen om de begeleiding van hun stage mee te financieren - moet voor iedere aso gelijk zijn. De idee om het bedrag van deze voucher te 'moduleren' volgens het specialisme - om knelpuntspecialismen op te waarderen - vinden deze drie organisaties slecht.
Financiering
Het Groenboek stelt voor om het systeem van vouchers onder meer te financieren met de tien miljoen euro in het Riziv-budget die was opzijgezet voor de niet-universitaire stagemeesters, met het geld uit het BFM van universitaire ziekenhuizen dat voor de praktijkopleiding van artsen is bestemd (het B7-gedeelte) en door herbestemming van bepaalde honoraria, met name 15 miljoen euro voor 'operatieve assistentie' aan het Riziv gefactureerd via de nomenclatuur.
Tegen dit voorstel gaat meer specifiek de Bvas in het verweer. Het geld voor de universitaire stagemeesters kan alleen in deze centrale pot komen als ook het geld van het B7-gedeelte van het BFM (UZ's) daarin wordt gestoken - en als de artsensyndicaten het budget mee mogen beheren.
De honoraria voor 'operatieve assistentie' kosten het Riziv jaarlijks maar 10 miljoen euro, stelt de Bvas. Het kan voor het syndicaat niet dat die in de gezamenlijke pot verdwijnen.
Nog geen eindpunt
De persmededeling schuift nog een aantal andere eisen naar voren:
- het uitwerken van een sui generisstatuut voor haio's én aso's mag niet op de achtergrond verdwijnen;
- de opleiding van haio's moet drie jaar duren en een ziekenhuisstage van zes maanden omvatten, zoals Europa het oplegt;
- niet alleen de problemen met de 'fellows' van buiten de EU moeten aangepakt worden, maar ook die met buitenlandse EU-artsen die als aso komen werken buiten het quotum; er moet in België een taalexamen komen zoals in sommige van onze buurlanden.